e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
insmeerborstel papborstel:   ensmē̜rbōrstǝl (Meijel), enšmiǝrbøstǝl (Heel), enšmē̜rbø̄stǝl (Buchten), insmē̜rbǫrsǝl (Ottersum), poetsborstel:   ensmę̄rbǫrsǝl (Milsbeek), schoenborstel:   insméérbòrsəl (Milsbeek) II-10, II-9, III-1-3
insmeren afstijfselen:   ensmę̄rǝn (Dilsen), aftrekken:   insmeren (Lommel), ę̄šmę̄rǝ (Montzen), bepleisteren:   ęnsmē̜rǝ (Gennep), het behang insmeren:   e(n)šmīǝrǝ (Klimmen), ensmē̜rǝ (Meijel), enšmē̜rǝ (Herten), ešmē̜rǝ (Gulpen), insmē̜rǝ (Ottersum), insmeren:   ensmę̄rǝ (Maasbree, ... ), insmeren (Lommel), ę̄šmę̄rǝ (Montzen), invetten:   ensmērǝ (Houthalen, ... ), ensmē̜rǝ (Geulle, ... ), ensmīrǝ (Genk), enšmērǝ (Herten, ... ), enšmē̜rǝ (Gronsveld), enšmīrǝ (Heerlen), enšmīrǝn (Kerkrade), enšmīǝrǝ (Brunssum), ešmīrǝ (Kaalheide), inšmē̜rǝ (Eijsden), ęnsmęrǝ (Beverst), ęnsmīrǝ (Hasselt), ɛnsmejrǝ (Melveren), kammen en staven insmeren:   ejnsmē.rǝ (Tongeren), ensmē.rǝ (Aldeneik, ... ), ensmę̄.rǝ (Lanaken, ... ), ensmī.rǝ (As), ēnsmę̄.rǝ (Kanne, ... ), kitten:   enšmīrǝ (Heerlen  [(Oranje-Nassau I-IV)]   [Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau II, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV]), ˙esmīǝrǝ (Waubach  [(Laura / Julia)]   [Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau II, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV]), pannen voegen:   ensmērǝ (Houthalen), ensmē̜rǝ (Uikhoven), enšmiǝrǝ (Klimmen), enšmē̜rǝ (Schimmert), enšmīrǝ (Heerlen), tranen:   insmeren (Dilsen), zavelen:   e.nsmē̜rǝ (Romershoven), ensmērǝ (Heppen, ... ), ę.nsmē̜.rǝ (Munsterbilzen) II-9, I-3, II-1, II-10, II-3, II-5, II-9
insmeren bet stopverf afstoppen:   ensmērǝ bǝ stǫp˲vɛrǝf (Houthalen)
insmeren met zeep inzepen:   enšmē̜rǝ met zęjp (Reuver), ešmīrǝ met zēf (Bleijerheide) II-7
insmerer voeger:   ̇ešmīrǝr (Vaals) II-9
insmijten ingooien (in een kuiltje):   enšmītǝ (Helden, ... ), ę.nsmē̜.tǝ (Helchteren, ... ), ęi̯.nsmē̜ǝ.tǝ (Groot-Gelmen), insteken:   enšmī̄tǝ (Reuver) I-5, II-8
insnijden een gleuf aanbrengen in het deegbrood:   ešni-ǝ (Jabeek), inkappen, eerste slagen maken met de zicht:   ensnā̯ǝ (Ophoven), enšnā̯ǝ (Herten), inkerven:   insnijden (Genk  [(Winterslag / Waterschei)]   [Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau II, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV]), knoopsgat inknippen, insnijden:   ensni-jǝ (Born, ... ), ensnęjǝ (As, ... ), enšni-jǝ (Doenrade, ... ), esni-jǝ (s-Gravenvoeren), ešni-jǝ (Bleijerheide), insnijden (Hopmaal), ęnsnājǝ (Bilzen), knotten van wilgen:   i-sjnieje (Kerkrade), strepen maken op het deegbrood:   ensnajǝ (Mal), werveluitsteeksels losmaken:   enšniǝ (Buchten) I-4, II-1, II-5, II-7, III-4-3
insnit suçon, suçonnaad:   ensnet (Eisden, ... ), enšnet (Tegelen, ... ) II-7
insoppen dompelen:   insoppen (Amby), ps. invuller geeft alleen een antwoord op dompelen.  insoppen (Amby, ... ), dopen:   ensoͅpə (Achel), eͅnso˂pə (Lommel), insoppen  ēͅnsoͅpən (Achel), een pak slaag geven: B.v. ich sop dich ein.  soppe (Klimmen) III-1-2, III-2-3, III-4-4
inspaden met de schop poten, kuiltjes maken:   enspāi̯ǝ (Baarlo, ... ), enspǭi̯ǝ (Overpelt), inspāi̯ǝ (Blitterswijck, ... ), inspǭi̯ǝ (Gennep, ... ), ēnspāi̯ǝ (Hamont), schransen:   inspōͅi̯ə (Gennep, ... ) I-5, III-2-3