e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
instorten instorten:   enstǫrtǝ ([Beringen, Zolder, Houthalen, Zwartberg, Winterslag, Waterschei, Eisden]) II-5
instorten van de ondergrond mijnverzakking:   instorten van de ondergrond (Genk  [(Winterslag / Waterschei)]   [Laura, Julia]) II-5
instorting instorting:   enstǫrteŋ ([Maurits]), enštǫrteŋ (Buchten  [(Maurits)]  , ... [Maurits]  [Maurits]) II-5
instoten aflaten, afdraaien:   e.nstȳǝ.tǝ (Neeroeteren, ... ), e.nstūǝ.tǝ (Maaseik), e.nstűǝ.tǝ (Maaseik, ... ), op oppers zetten, opperen:   ēnstutǝ (Diepenbeek, ... ), op rijen zetten:   e.nstǭtǝ (Tongeren), ē.nstōtǝ (Nerem, ... ), ęi̯.nstǫu̯tǝ (Broekom, ... ) I-3, II-3
instrijken aftrekken:   enstrīkǝn (Dilsen), bestrijken met een verdunde lijm:   enstrejkǝ (As), borst inwerken:   enstrikǝ (Meijel), enštrīkǝ (Doenrade), instrijken (Hopmaal), īnstrīkǝ (Lanaken), brood netten:   enstrē̜kǝ (Bevingen), dresseren:   ęnstręjkǝ (Bilzen), een bochel inwerken:   instrijken (Hopmaal, ... ), inkappen, eerste slagen maken met de zicht:   enštrīǝkǝ (Heerlen), insmeren:   enstrikǝ (Meijel), invetten:   enstrīkǝ (Posterholt), teruglopen:   ēstrīkǝ (s-Gravenvoeren), voorkrimpen:   enstri-jkǝ (As), ęjnstręjkǝ (Hopmaal), zavelen:   ę.nstrē.kǝ (Beverst), ę.nstręi̯.kǝ (Heesveld-Eik), ęi̯.nstrē.kǝ (Stevoort) I-3, I-4, II-1, II-10, II-12, II-7
instrooien stof binden:   enštrø̄ǝ (Brunssum  [(Emma / Hendrik / Wilhelmina)]   [Wilhelmina]) II-5
instroppen mest ondiep onderploegen:   ęn[stroppen] (Jeuk) I-1
instructieboek lesboek, instructieboek:   instructieboek (Kerkrade  [(Wilhelmina)]   [Maurits]) II-5
instrument muziekinstrument:   (et) instremé.nt (Zolder), (n) instrement (Lommel), `t énstrëmênt (Tongeren), ensjtrømeͅnt (Heel), enstreͅmənt (Venray), enstrymēnt (Maastricht), enstrymeͅnt (Venlo), enstrymoͅnt (Eys), enstrømeͅnt (Roermond), enstrømÚɛ̄nt (Mheer), enstrø̞mɛ̞nt (Tongeren), enstrəmeͅnt (Epen, ... ), enstrəmänt (Lommel), enstərmeͅnt (Heerlen), insjrument (Swalmen), insjtrement, insjtrument (Posterholt), insjtroement (Kerkrade, ... ), insjtrument (Bocholtz, ... ), insrument (Merkelbeek), inst`rme:nt (Kaulille), instermeent (Gronsveld), instermint (Maastricht), instr`ment (Bocholt), instrement (As, ... ), instremint (Eigenbilzen, ... ), instremènt (Maaseik), instremé.nt (Zolder), instreͅment (Sittard), instrumeent, instremeent (Kanne), instrument (Achel, ... ), instrumènt (Hoeselt), instrumênt (Bilzen, ... ), instrəmaent (Wellen), instrəme:nt (Kanne), instrəmeͅnt (Susteren), instərment (Roermond), inzjtroement (Waubach), isjtrument (Wijlre), i̯nštru`mɛ.nt, i̯nstru`mɛ.nt (Gemmenich), ènstrëment (Hoeselt), ɛn instrumênt (Bilzen), [Alg. opmerking: de invuller is een nieuwe medewerker en heeft enkel vernederlandste woorden genoteerd die reeds tussen haakjes in de vraagstelling gesuggereerd werden]  instrument (Heers), Antwoord onderlijnd bij de suggesties.  instrument (Diepenbeek), Da warre allemool istremènte vur-t meziek.  istremènt (Beverlo), De muzikanten hebben schoon instrumenten.  ènstrəmeͅnt (Niel-bij-St.-Truiden), Een fanfare heeft vooral kopere(n) instrumenten.  enstrəmènt (Meeswijk), Een instrument bespelen.  i̯nstrəmaent (Meeuwen), Een instrument spelen.  enstrəmēnt (Hamont) III-3-2
intanden aftanden:   intãndǝ (Castenray, ... ), intanden:   entan(d)jǝ (Posterholt), intāndǝ (Ottersum), zwaluwstaarten:   intãndǝ (Castenray, ... ) II-12, II-9