e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
griekerig nors: vgl. Meerlo-Wanssum Wb. (pag. 126): greek, ontevreden zeurkous.  grekerig (Horst), slechtgehumeurd (zijn):   grekerig (Horst) III-1-4, III-3-1
griekerig zijn chagrijn:   greekerig zien (Venlo), mopperen:   grekerig zien (Venlo) III-1-4
griekkop knorrepot:   greekkop (Tegelen) III-1-4
grieks gaan maaivoeten:   grīks guōͅwn (Houthalen) III-1-2
grieks, een hoofdluis:   griekse (mv.) (Heerlen) III-4-2
griemelen kruimel:   griehmele (Genk) III-2-3
griemslachen glimlachen:   griemslache (Maastricht) III-1-4
griend gemeenteweide:   grēŋš (Stokkem), wei:   grēnjtj (Haelen, ... ), grēnt (Beegden), grēnš (Stokkem), weiland in het algemeen:   grēnjtj (Herten) I-8
grienen troebele ogen:   grinǝ (Roggel  [(huilen)]  ) I-9
grienijzeren zaniken, zeuren:   grīēnīēzərə (Heerlen) III-3-1