e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
foes oneerlijk behaalde winst: vgl. Herten-bij-Roermond Wb. (pag. 122): foesje, 1. vals of verkeerd voorlichten, bedriegen; -2. knoeien, in de betekenis van: oneerlijk handelen.  foesj (Kapel-in-t-Zand) III-3-1
foetel bedrieger:   foetel (Heerlen), gemene vrouw:   foehtel (Waubach), kwaadspreekster:   foehtel (Waubach), manziek: cf.Schuermans s.v. "foetel  foetel (Klimmen), ondeugende vrouw:   foehtel (Waubach), oneerlijk behaalde winst:   foehtel (Waubach), prostituée: cf. fr. s.v. foutre  fōētel (Klimmen), vals spel:   foedel (Eksel), foetel (Echt/Gebroek, ... ), valsspeler: Niet pej. Ongunstiger syn. brót.  foetel (Zolder), vrouwelijke hond, teef:   foͅu̯təl (Sippenaken), futel (Eupen), futəl (Montzen), fū.təl (Montzen), fūtəl (Baelen, ... ) III-1-4, III-2-1, III-2-2, III-3-1, III-3-2
foetelaar bedrieger:   foeteleejr (Heerlen), foeteleer (Heerlen), foetelèer (Uikhoven), foetelèèr (Valkenburg), fuutəleer (Meeuwen), gluiperd:   foetelair (Dieteren), inmijner (wbd):   foeteler (Gulpen), onbetrouwbare koopman:   foetelaer (Klimmen), foeteleer (Hoensbroek), foeteler (Mechelen), inne fōēteleer (Hoensbroek), Algemene opmerking: invuller noteert als spellingssyteem Veldeke, maar het is gewoon in het Nederlands genoteerd en heb het daarom letterlijk overgenomen (dus niets omgespeld!).  foeteleèr (Welten), Opm. zie ook antwoord bij vraag 51!  ene foetelaer (Oirsbeek), ps. invuller heeft geen spellingssyteem genoteerd, dus letterlijk overgenomen (niet(s) omgespeld!).  fōēteler (Waubach), ps. letterlijk overgenomen (dus niet omgespeld!).  fōētelaer (Puth), ps. letterlijk overgenomen (dus niet(s) omgespeld!).  unne fōēteleer (Mechelen), ps. omgespeld volgens Frings.  nə fudəleͅr (Peer), ənə fūtəleͅr (Teuven), sjacheraar:   eine foeteléér (Limbricht), ene foetelaer (Oirsbeek), fōēëteleer (Hoensbroek), Algemene opmerking: invuller noteert als spellingssyteem Veldeke, maar het is gewoon in het Nederlands genoteerd en heb het daarom letterlijk overgenomen (dus niets omgespeld!).  foeteleer (Welten), ps. omgespeld volgens Frings.  futəlēr (Sint-Truiden), fūtəleͅr (Teuven), valsspeler:   `fū.tələr (Gemmenich), `fū.tɛlɛr (Gemmenich), `fū.tɛlɛ̄:r (Gemmenich), dë fōētëlêr (Tongeren), foe-tê-lèr (Widooie), foedeleer (Eksel), foet`laer (Bocholt, ... ), foetelaar (Haler, ... ), foetelaer (As, ... ), foetelair (Neer, ... ), foeteleejr (Heerlen), foeteleer (Amby, ... ), foeteleir (Eksel, ... ), foeteler (Gronsveld, ... ), foeteleër (Diepenbeek), foetelieer (Echt/Gebroek, ... ), foetelier (Gulpen, ... ), foetelieër (Herten (bij Roermond), ... ), foeteliër (Zolder), foetelleir (Vlodrop), foeteluer (Ittervoort), foetelèèr (Boorsem, ... ), foetelér (Alken), foetelêr (Riemst, ... ), foetteleër (Eygelshoven), foetëlèr (Hoeselt, ... ), fouëtelieër (Hasselt), foètelaer (Venlo), foételer (Gronsveld), foêtelèèr (Kanne), foêtelêr (Bilzen, ... ), fōēteler (Meerlo, ... ), fōētëlêr (Tongeren), fōētəlēr (Maastricht), fudəlɛ:r (Eksel), futelɛ̄r (Maasbree), futəlēr (Maastricht), futəlēͅr (As, ... ), futəlɛ̄r (Kesseleik), fūtəlēr (Maastricht, ... ), fūtəlēͅr (Amstenrade), fūtəleͅar (Eys), fūtəlijər (Heel), fūtəlīər (Susteren), fūtəlɛr (Gennep), fūtəlɛ̄r (Swalmen), fy(3)̄təlēͅr (Opglabbeek), fytəlɛ:r (Meeuwen), fóutelêr (Gors-Opleeuw), fôwtelaer (Maaseik), Afl. sub **foetelen.  foeteliër (Zonhoven), Afl. sub foefelen.  foefelaar (Niel-bij-St.-Truiden), Afl. sub foetele.  foeteliaer (Echt/Gebroek), Afl. sub foetelen.  foetelaar (Meeswijk, ... ), Afl. sub spieken.  fouëteliër (Hasselt), Bè Robert tùis ich nout ne mè, zoe ne foeteleer: Met Robert kaart ik nooit meer, zon grote foetelaar.  foeteleer (Kortessem), De fùlelê"r zjeneerde zich ni-j.  fùtelê"r (Beverlo), De v[r]. vorm: fûtelèèrster of fûtelheks of nog: fûtelkònt.  fûtelèèr (Bree), Sub brodder.  fùtelê"r (Beverlo), Sub foetele.  foetelaer (Weert), Sub foetelen.  foetelèèr (Uikhoven), fōēteliêr (Geistingen), Sub VALS.  foeteleer (Posterholt), Via t Wa.  futəle.r (Gingelom), Zie ook onder: Nuusjtat.  foetelaer (Sittard) III-3-1, III-1-4, III-3-1, III-3-2
foetelaar (zn.) verkwanselen:   foetelaer (Sittard)
foetelarij vals spel:   dë fōētëlërāj (Tongeren), foet`l`riej (Bocholt, ... ), foetelarij (Hoensbroek, ... ), foeteleirie (Geulle), foetelerej (Heerlen), foeteleri-j (Meerlo, ... ), foetelerie (Amby, ... ), foeteleriej (Geistingen, ... ), foetelerij (Bocholtz, ... ), foêteleraaj (Bilzen), foêtelerèj (Kanne), futələri (As), futələrīj (Hulsberg), futəlɛri (Kesseleik), fūtələreͅj (Maastricht), fūtələri (Amstenrade), fūtələrij (Nieuwenhagen), fóutelerèèj (Gors-Opleeuw), Afl. sub foetelen.  foetelarij (Meeswijk), Sub foetele.  foetelarijj (Maastricht), foeteleri-j (Weert) III-3-2
foeteldarm darmen:   futǝldɛrǝm (Berg / Terblijt) II-1
foetelder valsspeler:   `fū.təldər (Gemmenich) III-3-2
foetelderij vals spel:   foetelderei (Zolder) III-3-2
foetelen aftroggelen:   foe:tele (Herten (bij Roermond)), foetele (Puth), bedriegen:   foedelen (Achel, ... ), foetele (Geleen, ... ), foetelen (Uikhoven, ... ), bedriegelijk spelen, valsspelen  foetele (Sint-Truiden), ook materiaal Leuv. lijst 21, vr 6a  foetelen (As, ... ), de kaarten steken:   foetele (Ell, ... ), foetelen (Eksel), foetëlë (Hoeselt), fōētëlë (Tongeren), een list gebruiken:   foe.tele (Veldwezelt), foet`le (Bocholt, ... ), foetele (Eigenbilzen, ... ), foetelen (Eigenbilzen, ... ), foetëlë (Hoeselt), foêtele (Bilzen, ... ), futələ (As), Bedriegen in t kaartspel.  foetelen (As), gedeeltelijk opvullen:   vutǝlǝ (Chevremont  [(Julia)]   [Oranje-Nassau II, Emma, Hendrik]), heimelijk tekens geven:   foetele (Blerick, ... ), foetelen (Ophoven, ... ), fuudele (Vlijtingen), jokken: Van Dale: foetelen, (gew.) oneerlijk doen, bedriegen in het spel; -heimelijk iets doen; tersluiks gaan.  foetele (Maastricht), konkelen: zie ook het lemma "konkelfoezen"in WBD dl. III, 3.1 (woordverklaring wijkt inhoudelijk iets af)  foetələ (Maastricht), kwanselen:   foetele (Stein), matsen: [sic (= N88,009)]  foetele (Ell, ... ), reepje overschietend gras:   futǝlǝ (Velden), sjacheren:   fōēëtele (Hoensbroek), Opm. is niet eerlijk zijn.  fōētele (Meijel), ps. omgespeld volgens Frings.  futələ (Sint-Truiden), fūtələ (Teuven), spieken:   foesjele (Neeritter), foetele (Heythuysen, ... ), fŏĕttələn (Leut), ... bij spelen = zich niet aan de spelregels houden  foetele (Meerlo), ... in andermans kaarten = vals spelen  foetelen (Arcen), alg. bedrog  foetele (Maastricht), alg. benaming voor oneerlijk zijn  fōētələ (Meterik), alg. oneerlijk bij kaarten  foetele (Maasbree), alg. oneerlijk doen  foetele (Meijel), alg. unfair spel  foetele (Broekhuizenvorst), bij kaarten  foetele (Neeritter), o.a. bedrog bij mens ergerje niet  foetelen (Schinnen), oneerlijk kaart spelen  foetele (Gronsveld), oneerlijk spelen met kaarten  foetele (Sevenum), valspelen bij kaartspel  foetele (Geleen), valsspelen (kaarten)  foetele (Sittard), stiekem uit de ampullen drinken:   foetele (Maastricht), vals spel:   foetel (Oirsbeek), foetele (Epen, ... ), foetelen (Eksel, ... ), foetelle (Vlodrop), fudələ (Eksel), futələ (Maastricht), fūtələ (Susteren), het foetele (Alken), vals spelen:   `fū.tələ (Gemmenich), foe-tê-lê (Widooie), foe.tele (Veldwezelt), foe:tele (Meijel), foedelen (Achel, ... ), foet`le (Bocholt, ... ), foetel`n (Diepenbeek, ... ), foetele (Alken, ... ), foetelen (Born, ... ), foetelle (Posterholt), foetellen (Vlodrop), foettele (Eygelshoven), foetëlë (Hoeselt), foētele (Sevenum, ... ), foĕtele (Nederweert), foutelen (Mechelen-aan-de-Maas), fouëtele (Hasselt), foūtele (Terwinselen), foétele (Gronsveld, ... ), foêtele (Bilzen, ... ), fōētele (Horn, ... ), fōētëlë (Tongeren), foͅutələ (Bree), fudələ (Eksel), fudələn (Overpelt), futələ (As, ... ), futələn (Eksel, ... ), fuudele (Vlijtingen), fū:tələ (Veulen), fūt(ə)lə (Lanklaar), fūtələ (Amstenrade, ... ), fy(3)̄tələ (Opglabbeek), fytələ (Meeuwen), fóutele (Gors-Opleeuw), fôwtelen (Maaseik), fùtele (Beverlo), Jef foetelt (Hoeselt), nie foêtele (Bilzen, ... ), ’fu:tələ (Tongeren), #NAME?  foetele (Rimburg), (= bedriegen).  foetele (Stevensweert), (= oneerlijk spelen).  foetele (Eijsden), (is dit anwoord op een andere vraag?)  hij foetelt (Kuringen), (is dit niet antwoord op een andere vraag?)  hij foetelt (Kuringen), - bevingt ziech, boonjte komt om zijn loontje.  foetele (Kerkrade), 1. Ge moogt niet foetelen bij het kaartspelen.  futəln (Zonhoven), 8. Ic4  foetələ (Roermond), [Alg. opmerking: de invuller is een nieuwe medewerker en heeft enkel vernederlandste woorden genoteerd die reeds tussen haakjes in de vraagstelling gesuggereerd werden]  foetelen (Heers), add. van mw. G. Schalenborg op lijst voor Jeuk (P 219).  foetele (Sint-Truiden), B.v. Gi moet èrlek koarten, nè/nie foedelen!  foedələn (Achel, ... ), België en Nederland.  futələ (Achel, ... ), Bij hët tuisë jod nogal wat gëfoetëld: Tijdens het kaarten wordt er nogal wat vals gespeeld.  foetëlë (Hoeselt), Dae foételt mèt kölse.  foétele (Baarlo), De Bont, pag. 183.  futələ (Meeswijk), de klank in het midden van "shûppe"spreek je uit als een doffe e; uurlogge is het spel waarbij je telkens je bovenste kaart opgooit, zonder te kijken, en de speler met de hoogste krijgt ze allemaal (bedoeling is om alle kaarten te krijgen)  fuijtele (Bree), Foetele < fr. foutre (verg. foeteren) met gewijzigde uitg. naar het voorbeeld van woorden, als troetele; Schu. foetele, idem Ru.  foetele (Maastricht), Foetele < fr. foutre.  fōētəle (Roermond), Foetele betuint, bedrog komt aan de dag.  foetele (Sittard), Foetelen met de kaarten.  foetelen (Uikhoven), Foeteln kónne de mètskes ooch al de meisjes zijn niet eerlijk.  foetel`n (Diepenbeek), Fr. foutre; WNT.  fytələ (Meeuwen), Gij foetelt altijd in het spel (= bedrog plegen bij het spel).  futələ (Hamont), Het spel is niet juist, daar heeft iemand gefoeteld.  futələ (Niel-bij-St.-Truiden), Hè fùtelde altè(d).  fùtele (Beverlo), Ich dun ni mè, dje hèt gefoeteld: Ik speel niet meer, ge hebt gefoeteld (kaartspel).  foetele (Kortessem), Ich speel neet miae, doe foetels biej t kaarte.  foetele (Echt/Gebroek), Kaartspellen: kruutse, jokere, herte jage, sjöppe, huuëge, lege,pandoere,  foetele (Echt/Gebroek), Men hèèt kaarters di-j ein aardig stèkske könne fûtele!  fûtele (Bree), Mit foetele kumt me draa, met bedrog komt men aan gewin. (Klacht der knikkerende jongeren.)  foetele (Heerlen), Moet, ónze Fu.ns duut niks as foe.tele bïj t knikkere.  foe.tele (Gennep), NB foetelentaere: al vals spelend.  foetele (Stokkem), Nl. foeteren (Hgd. futtern) < Fr. foutu, waarin drie woorden samengevallen zijn: 1. Lat. futare stoten, 2. Lat. futuere paren, 3. Nl. vod (prul, iets belachelijks).  fōētëlë (Tongeren), Opm. is tegengestelde van: îêrlik dØØn.  fōētele (Neeritter), Pas ùp! Hè fùtelt.  fùtele (Beverlo), S. R. en Sitt. foetelen, Rijnl. fauteln, Westfaals futeln, faudeln, fudeln, Keuls fuutele (Waals foûteler is een ontlening aan het Nl. z. Gr.Gr. par. 162, opm. Misschien van Fr. foutre.  fouëtele (Hasselt), Sub brodden:  fùtele (Beverlo), Sub VALS.  foetele (Posterholt), Uitdr. Fóutele betuint: komt uit (b.v. bij het kaartspel).  fóutele (Maaseik), Van het Fr. foutre?  fōētelen (Geistingen), Vgl. Luiker Waals foûtler.  foetele (Zolder), Vgl. mndl. "het futselboeck zoeken", uitweg zoeken uit oneerlijke zaken.  foetele (Valkenburg), Via t Wa.  futələ (Gingelom), verduisteren:   foetele (Schimmert, ... ), werveluitsteeksels losmaken:   fūtǝlǝ (Mal) III-3-1, I-3, II-1, II-5, III-1-4, III-3-1, III-3-2
foetelen (ww.) oneerlijk behaalde winst:   foetele (Maasniel) III-3-3