e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
dwaallicht dwaallicht:   dwaalleecht (Lanklaar), dwaallicht (Sint-Huibrechts-Lille, ... ), dwallēxt (Lozen), dwao[ə}llicht (Aalst-bij-St.-Truiden), dwaolleech (Lanaken), dwaollicht (Oostham), dwao‧əlicht (Zonhoven), dwaôllich (Bilzen), dwa͂llich (Koninksem), dwoallich (Sint-Truiden), dwoallicht (Sint-Truiden), dwōͅlecht (Hamont), ein dwālĕxt (Kinrooi), ən dwoͅəlixt (Overpelt), Waarschijnlijk horen deze gegevens bij P 176 maar dit is niet zeker, er staat geen plaatscode op de lijst zelf.  ə dwōͅlixt (Sint-Truiden), glimworm:   dwoallicht (Gennep) III-3-3, III-4-2
dwaallichtje domme vrouw: misschien niet algemeen  dwaalliechske (Hasselt), dwaallicht:   dwaalleechtje (Neeritter, ... ), dwaallichje (Grubbenvorst), dwaaollichske (Kuringen), dwaolichskə (Kermt), dwaolichskən (Tessenderlo), dwaolišə (Bommershoven), dwaolleegsken (Amby), dwāāllichtjə (Sint-Huibrechts-Lille), dwālichskə (Mielen-boven-Aalst), dwāslechtəkə (Peer), dwāslēchskə (Rekem), dwoallechtje (As), dwoallichjen (Hamont), dwoaslichske (Mielen-boven-Aalst), dwooëllichske (Velm), dwoësligske (Buvingen), dwōͅlichšə (Martenslinde), dwâlliechtje (Hasselt), dwôlligske (Loksbergen), ə dwālēxt⁄ə (Lanklaar), glimworm:   dwaalleechtje (Neeritter), dwaallichje (Grubbenvorst), dwaallichtje (Gruitrode, ... ), dwōͅl lextəkə (Koersel), dwōͅllixtjəs (Tessenderlo, ... ), ook ZND 01u, 072; ZND BrB2, 299  dwo:llixjəs (Tessenderlo), dwōͅlexskə (Halen) III-1-4, III-3-3, III-4-2
dwaas dom:   dwas (stom, onnoozel) (Hasselt), dwaus (zonder veel verstand zich ergens op toeleggen) (Rijkhoven), dwaës (niet recht wijs) (Hasselt), dwaöze (stom) (Hasselt), dwoëz, doem (Bilzen), domme man:   dwaas (iemand die stomme streken uithaalt) (Vucht), nən dwa͂əes (een mensch die zwakzinnig en dom is, meer in de zin van een losbol) (Houthalen), durfal: (onverstandige jongen, waaghals)  dwaes (Paal), gek:   dḁsnəndwāəs (ontstuimig, wild, zwakzinnig, ook ivm weer) (Leopoldsburg), dwaas (Gorsem, ... ), dwaas (gek doen) (Hasselt), dwaas (gek) (Peer), dwaas (gek, zot) (Heers), dwaas (onzinnig) (Maaseik, ... ), dwaos (Eigenbilzen, ... ), dwaos (onnoozel, ook verwaand, en uitzinnig kwaad zijn) (Achel), dwaos (ruw, halfgek) (Koersel), dwaos (ruw, uitgelaten, half gek, verdwaasd) (Beverlo), dwaos (uitzinnig, zot) (Genk), dwaos (weinig gebruikt) (Kaulille), dweas (gek, wild) (Jeuk), dwoas (dwaas zijn) (Beverlo), dwoas (uitroep voor zot, gek) (Lommel), dwoas (zot) (Heers, ... ), dwois (gek, wild) (Linkhout), dwowes (gek, aardig) (Lommel), dwōs (onzinnig, zot, gek, dom) (Koersel), ps. Algemene note: Het omspellen van het Eksels dialect is misschien niet helemaal correct (geen spellingslijst daarvoor ik heb het bij benadering omgespeld!  dwōͅəs (Eksel), gek persoon:   dwa͂s (een dwaze) (Zonhoven), zelden gebruikt  ənən dwaowəs (gek) (Heers), slecht weer, hondenweer:   dwoos (Loksbergen) III-1-4, III-4-4
dwaas weer onstuimige lucht: dwaas weer.  dwàs wēr (Beringen), winderig weer: dwaos weijer.  dwoͅs weͅjər (Kwaadmechelen) III-4-4
dwaaslicht dwaallicht:   dwaaslicht (Eksel, ... ), dwaoslicht (Tessenderlo), ən dwāslext (Beringen), ən dwāslixt (Paal) III-3-3
dwalen rondslenteren, ronddolen:   dwale (Ittervoort), dwaolen (Dilsen), dwoale (Brustem), dwoulen (Hasselt), dwōlən (Koersel, ... ), Of: dwao(e)len.  dwaolen (Wilderen) III-1-2
dwangbuis dwangbuis:   dwaan-buis (Maastricht), dwaangbuis (Maastricht), dwaank-buis (Maastricht), dwang buis (Born), dwang-bŭŭs (Schimmert), dwangbeus (Brunssum), dwangbeusj (Meijel), dwangbuis (Amby, ... ), dwangbuus (Blerick, ... ), dwangbūūs (Sevenum), dwangbûûs (Schinnen), dwankbuuhs (Herten (bij Roermond)), dwàngbūūs (Heel, ... ), dwàngbóws (As), dwángbuus (Venray), (v.).  dw‧aŋb‧øͅi̯s (Eys), Algemene opmerking v.d. invuller: in het Meerlos dialect bestaat geen uitgangs "n"!  dwangbuus (Meerlo), Algemene opmerking: heb deze vragenlijst letterlijk overgenomen, dus zoals invuller het genoteerd heeft!  dwángbūūës (Nieuwenhagen) III-3-1
dwanggebit hengstebit:   dwaŋk˲gǝbīt (Oirsbeek), wolfsgebit, gebroken gebit:   dwaŋgebē.t (Bocholt), dwaŋgǝbet (Velden) I-10
dwangjak dwangbuis:   tswánkjàk (Heerlen) III-3-1
dwangkooi zeugekooi:   dwaŋkūǝi̯ (Tungelroy) I-6