e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
diep in het glaasje loeren dronken zijn: ??? (RK)  deep in t gleische geloord (Mesch) III-2-3
diep kijken diepzinnig:   hè kiektj deep (Weert), kijkt diep (Lommel) III-1-4
diep kot gapende wonde:   diep koet (Mal), diep koot (Heusden) III-1-2
diep omakkeren ontginnen:   dip ømakǝrǝ (Gingelom), zaaivoren, diep ploegen:   dīp ǫmákǝrǝ (Gingelom) I-1, I-8
diep ombouwen een weide scheuren:   [diep ombouwen] (Gennep, ... ), zaaivoren, diep ploegen:   [diep ombouwen] (Horst, ... ) I-1
diep omdoen een weide scheuren:   [diep omdoen] (Hushoven, ... ), zaaivoren, diep ploegen:   [diep omdoen] (Boukoul, ... ) I-1
diep omgraven meer dan een spade diep spitten:   dēp˱ omgrãvǝ (Schimmert) I-1
diep omrijden zaaivoren, diep ploegen:   [diep omrijden] (Lommel) I-1
diep omvaren een weide scheuren:   [diep omvaren] (Kinrooi), zaaivoren, diep ploegen:   [diep omvaren] (Holtum) I-1
diep omzetten breken van leem- of koffiebanken:   dēp omzɛtǝ (Ulestraten), meer dan een spade diep spitten:   dēp˱ omzętǝ (Opglabbeek, ... ) I-1, I-8