e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
diep ondergraven meer dan een spade diep spitten:   dēp˱ oŋǝrgrãvǝ (Simpelveld) I-1
diep ontspaden meer dan een spade diep spitten:   dēp˱ omšpāi̯ǝ (Neer) I-1
diep optrekken cultivateren, met de cultivator werken of bewerken:   dēp˱ ǫptrękǝ (Cadier) I-2
diep ploegen een weide scheuren:   [diepploegen] (Berverlo, ... ), zaaivoren, diep ploegen:   [diep ploegen] (Achel, ... ) I-1
diep ploegen op het vroegjaar zaaivoren, diep ploegen:   [diep ploegen] op˱ ǝt ˲vrø̄xjǭr (Simpelveld) I-1
diep ploegen voor te zaaien zaaivoren, diep ploegen:   [diep ploegen] vø̜r tsǝ zīǝnǝ (Simpelveld) I-1
diep scherpen diep scherpen:   dējp sxø̜rpǝ (Kaulille), dēp sxɛrpǝ (Weert) II-3
diep slaan diep scherpen:   dēp šlǭn (Herten) II-3
diep spaden meer dan een spade diep spitten:   dēp [spaden] (Blerick, ... ) I-1
diep stropen ondiep ploegen:   dēp štrøę̄ ̝pǝ (Margraten  [(werd op grote bedrijven gedaan)]  ) I-1