e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
daar zit geen foek in moedeloos (zijn):   doa zit gènne foek in (Blitterswijck) III-1-4
daar zit geen schot in slecht groeien:   t zit genge sjot dri (Gulpen) III-1-1
daar zit geen was in slecht groeien:   dao zit ginne was i (Kunrade) III-1-1
daar zit hamerslag in de lucht wisselvallig weer:   d⁄r zit hammerslag in de laog (Meijel) III-4-4
daar zit het vuur in vurig hout:   dǝr zet˱ ǝt ˲vø̄r en (Blerick, ... ) II-12
daar zit regen in de lucht druilerig en koud weer:   d⁄r zit réngel inne lòcht (Gruitrode), d⁄r zit réégel in ne lòcht (Opglabbeek), d⁄r zit réégen in de lòcht (As), wisselvallig weer:   doa zitsj règen in de locht (Bree), d⁄r zit réégel in ne lòcht (Opglabbeek), d⁄r zit réégen in de lòcht (As) III-4-4
daar zit scheut in groeien, wassen:   dor zit sjheut in (Wijlre) III-4-3
daar zitten wormen in wormstekig: WLD (De o is niet voldoende gedifferentiëerd; vandaar soms o met nasaleringsteken)  dər zittə wörm innə (Haelen), WLD (De o is niet voldoende gedifferentiëerd; vandaar soms –)  dao zittə wörm innə (Haelen) III-2-3
daarbij zijn aanwezigheid:   der bie zeen (Melick), der bie zieje (Wijlre), derbie (Neer) III-4-4
daarlangs eerstvolgend, ernaast:   delangs (Stokkem), terlengs (Diepenbeek) III-4-4