e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
lonk lonk roep bij verstoppertje spelen: degenen die moeten zoeken worden aangeduid door lonks, de andere door stijke. wanneer men de verborgene gevonden heeft tracht deze de andere te katte alvorens ze in het kot zijn. van degene die gekat is zegt men dat hij terän es.  lonk lonk (Loksbergen) III-3-2
lonke roep bij verstoppertje spelen:   loongkə (Kermt) III-3-2
lonkelonk spelen verstoppertje spelen: Geh. Kerkom. Lonkelonk komt van lonken, omdat degene die eraan is in den lonkhoek moet wachten. Verbergensteken is een verdubbeld woord: verbergen of wegsteken ware genoeg. Dat laatste uit Zonhoven. (t Daghet in den Oosten XII, 146)  lonkelonk spelen (Kerkom) III-3-2
lonken afloeren, bespieden:   loŋkə (Sint-Truiden), gluiperig:   loenke (Oirsbeek), loeren:   loenke (Hoepertingen, ... ), lonke (Baarlo, ... ), lonken (Eksel, ... ), lonkə (Tongeren), loonke (Boekend, ... ), loŋke (Tongeren), loŋkə (Genk, ... ), loŋkən (Houthalen, ... ), lōnke (Kaulille), lōnkə (Kanne), lŏnke (Limbricht), loͅuŋkə (Opheers), loͅŋkə (Neerpelt), lunkə (Gingelom), luŋkə (Halen, ... ), luənkə (Gingelom), lūnkə (Beverst), lònke (Venlo), lónke (Bree, ... ), (F)  lonke (Roermond), B.v. - krijgde giehje schoehwe karakter van.  lonken (Peer), Bet.: valsch loeren.  loenken (Beverlo), Bet: 1 - Kinderspel: verstoppertje  loenke (Alken), Bet: 1 - spel  loenke (Zepperen), Bet: 1 - vals loeren  lonken (Schulen), Bet: aandachtig terzijde loeren.  loͅnkən (Leut), Bet: achterdochtig, bespiedend kijken.  loenken (Hasselt), Bet: afspieden, niets doen.  lonken (Hechtel), Bet: gemelijk, heimelijk loeren.  loenke (Hasselt), Bet: gluren.  loenken (Diepenbeek), Bet: heimelijk kijken.  loenke (Stevoort), Bet: heimelijk loeren.  loenke (Hasselt), Bet: heimelijk naar iemand toe gluren.  lonken (Zonhoven), Bet: iemand afletten.  loenken (Wilderen), Bet: in t geheim iets afloeren.  loongken (Rekem), Bet: kwaad kijken met een nors gezicht.  lounken (Opoeteren), Bet: loeren (geheimzinnig).  loonke (Herstappe), Bet: loeren, iets slechts in zin hebben.  lonkə (Neerglabbeek), Bet: loeren, met de ogen draaien.  loonken (Hamont), Bet: loeren, schuins loeren.  lo(ə)nkə (Gutshoven), Bet: loeren, sluiks bezien.  lonken (Jeuk), Bet: loeren.  loaŋken (Horpmaal), loenken (Maaseik), loncke (Tongeren), lonke (Kuringen), lonken (Stokrooie), loonke (Maaseik), Bet: loeren; ook zuur kijken.  luŋkən (Diepenbeek), Bet: op zij uit loeren.  lonke (Rijkhoven), Bet: scheel bezien; op de loer staan.  lonkə (Stokkem), Bet: schuin met de ogen kijken; iets aflonken of afloeren.  lonken (Reppel), Bet: schuin naar iemand loeren.  lonken (Grote-Spouwen), Bet: schuinsweg kijken, loeren.  lonken (Vlijtingen), Bet: zijdelings loeren; eigenaardig kijken.  lonke (Eigenbilzen), Gunstig.  lonke (Neeritter), Ook lunken - tussen<o> en <u> in.  lonken (Geistingen), mikken:   luŋkə (Maastricht, ... ), mokken:   loŋkə (Rekem), nieuwsgierig kijken:   lonken (Eksel), lōŋkə (Bocholt), scheel zien:   loenke (Jeuk, ... ), lonke (Tungelroy), lonkə (Schimmert), lônke (Herten (bij Roermond)), lônken (Stein), Bet: 1 - iets stiekem begluren om het te bezitten (ongunstig)  loonke (Mheer), Bet: een beetje of beter nog eventjes scheel zien.  loenken (Maaseik), Bet: loensch kijken.  loenken (Zolder), Bet: scheel kijken om te zien wat anderen willen verborgen houden, b.v. onder den rand van een hoed uitlonken.  lonken (Beringen), Bet: scheel kijken.  launken (Engelmanshoven), loengken (Zolder), loonken (Val-Meer), Bet: scheel naar iemand kijken.  lonken (Melveren), Bet: scheel zien.  lonken (Heusden), Bet: scheel, vies kijken.  loenken (Kuringen), Bet: schiel kieken.  lounken (Koersel), scherp kijken:   lonke (Heugem), loŋkə (Lanklaar), ló.nke nao get (Boukoul), smeulen:   et lonk onger de asse (Mechelen-aan-de-Maas), treuzelen:   lonke (Zutendaal), verdacht rondlopen:   loenke (Vlodrop), verstoppertje spelen:   loenke (Ulbeek), lonke (Lauw), lonkka (Koninksem), /  loe.nke (Hasselt), loenke (Hoepertingen, ... ), lonken (Lauw), zien, kijken:   loonke (Eijsden, ... ) III-1-1, III-1-2, III-1-4, III-2-1, III-3-2
lonken pakken verstoppertje spelen:   lu:nkə pakə (Hoepertingen) III-3-2
lonken spelen verstoppertje spelen: S. lonkaartspelen, R. lonkenspelen, Lb. Id. lonkelonk spelen, T. lonke spelen; bij loe.nke lonken.  loe.nke spe.le (Hasselt), Wille ve loenke spele?Zullen wij verstoppertje spelen?  loenke (spele) (Kortessem) III-3-2
lonkenaar spelen verstoppertje spelen:   lonkenair (Halen) III-3-2
lonkens spelen verstoppertje spelen:   loenkes speele (Riksingen) III-3-2
lonker gluiperd:   loonker (Rosmeer), huichelaar:   dat es eine lonker (Boorsem) III-1-4
lonkerd gluiperd:   lonkerd (zn.) (Meerssen), loŋkərt (Rekem) III-1-4