e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
lommelenwaag ponder: lom\\l is een vod  ən lomələwōͅx (Teuven) III-3-1
lommelig in lompen gekleed:   loemelisch (Vaals), lommelig (Grote-Spouwen, ... ), lōēməlich (Heerlen), Niet algemeen. Zn.: ne loemmelepie.  loemmelig (Bilzen) III-1-3
lommelkoopman voddenkoopman:   lommelkoupman (Borgharen) III-3-1
lommelkramer kramer: opkoper van vodden  lommelkremer (Opoeteren), voddenkoopman: opkoper van vodden  lommelkremer (Opoeteren) III-3-1
lommelmaaltje broekzak achter:   lummelméélke (Neeroeteren) III-1-3
lommelskoek taaie pannenkoek: Eigen syst.  lōēmelskook (Heerlen) III-2-3
lommeltig zijn te groot zijn:   lommeltig (Beek) III-1-3
lommeltje bandje om de kraag vast te zetten:   lummelke (Echt/Gebroek, ... ), lommel = vod, tod  lummelke (Eisden), duimeling:   lumeltje (Bocholtz), gereedschap waarmee men invet:   lø̜̄jmǝlkǝ (Oost-Maarland), pannenlap: lapje  lümmelke (Heerlen), snuisterij:   lumməlkə (Heel) II-1, III-1-3, III-2-1, III-3-1
lommelweer met tussenpozen regenen:   lómməl wéér (Grevenbicht/Papenhoven) III-4-4
lommelwerk prutswerk:   waatei lommelwerk (Opoeteren) III-1-4