e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
loederig warm benauwd en vochtig weer:   ⁄t is loederig wērm (Horst) III-4-4
loedertje zedelijk slecht meisje:   loederke (Itteren) III-2-2
loef gluiperd: cf. Schuermans p. 344 s.v. "loef of lof"met vermelding: bet. bij Kil.: slinksch  loef (Tungelroy, ... ), lepe, doortrapte kerel:   loef (Weert), pet: algemeen: loef = ouw klak  loef (Zutendaal), voorloef:   luf (Bleijerheide, ... ) II-12, III-1-3, III-1-4
loeg loeg:   lux (Griendtsveen, ... ), lūx (Sevenum) II-4
loegen loegen:   loegen (Griendtsveen), loegen van de bovenlast:   loegen (Griendtsveen), lugǝ (Meterik), lūgǝ (Sevenum), lūgǝn (Meijel) II-4
loegers loeger:   lūgǝrs (Griendtsveen, ... ) II-4
loeien loeien van de koe in het algemeen:   lui̯ǝ (Herten, ... ), lui̯ǝn (Lommel) I-11
loek, loek roepwoord voor de geit:   luk, luk (Bleijerheide), roepwoord voor de jonge geit:   luk, luk (Bleijerheide) I-12
loeks koffiepot: wel  loekjs (Swalmen) III-2-1
loeksen (<du.) een list gebruiken:   luksə (Beesel) III-3-2