e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
lodderhaak egketting, koppelhaak:   lodǝrhǭk (Sint Pieter) I-2
lodderhaken trekhaken, -ogen:   lodǝrhø̜̄k (Puth) I-10
loddering spitse eind van een ei: Bij het kippe (z. ald.) laat de uitdager de ander de keus tussen aars (de ronde kant van het ei) of loddering (de spitse kant).  loddering (Roermond) III-3-2
lodderkar rammelkar:   lodǝrkē̜r (Lummen) I-13
lodderogen trekhaken, -ogen:   lodǝrǫu̯gǝ (Puth) I-10
lodderoog troebele ogen:   lǫdǝrūx (Hasselt) I-9
loden een muur uitloden:   luwǝn (Tessenderlo), luǝjǝ (Lozen), luǝtǝ (Haler, ... ), lyǝtǝ (Panningen), lȳtǝ (Bree, ... ), lōjǝn (Leunen), lōtǝ (Mopertingen), lōǝtǝ (Leuken, ... ), lūdǝ (Mesch, ... ), lūtǝ (Tungelroy), lūǝtǝ (Sint-Truiden), lǫjǝ (Susteren), lǭtǝ (Weert), glazuren:   lȳ(ǝ)tǝ (Tegelen), lōjǝ (Ottersum), loden:   loden (Eijsden), lōdǝ (Achel, ... ), merken:   ludǝ (Maastricht), lu̜ǝtǝ (Heythuysen), lȳtǝ (Blerick), lōjǝn (Leunen), lǫdǝ (Buchten), solderen:   lyǝ (Bleijerheide, ... ), lyǝnǝ (Montzen), lȳǝ (Doenrade, ... ), lø̜ǝjǝ (Obbicht) III-1-3, II-11, II-11, II-1, II-11, II-7, II-8, II-9
loden (du.) jagersjas: Cfr. Van Dale: loden (I) (Hd.): 1) sterk gevolde dichte wollen stof; 2) jas, mantel, cape van de onder 1. genoemde stof NB Van Dale (DN): Loden, loden jas, mantel NB Van Dale (FN): loden [lodn], loden jas.  lode (Horpmaal, ... ), loden (Horpmaal), loode (Genk), lōdə (Lanaken), jagersjas?: Van Dale: loden (Hd.), jas, mantel, cape van sterk gevolde dichte wollen stof. Van Dale (DN): Loden, loden jas, mantel. *Van Dale (FN): loden [lodn], 1. loden (stof 2. loden (jas).  lōdə (Meeswijk), lange overjas: Van Dale: loden (Hd.), jas, mantel, cape van sterk gevolde dichte wollen stof. Van Dale (DN): Loden, loden jas, mantel. *Van Dale (FN): loden [lodn], 1. loden (stof 2. loden (jas).  lodə (Neerharen), overjas (alg.): Van Dale: loden (Hd.), jas, mantel Cape Van Sterk Gevolde Dichte W  lode (Halen)
loden band vijlblokje, spanplaat:   lūdǝ bānt (Bevingen)
loden buis pijp, buis:   lū.dǝ bȳs (Nieuwenhagen, ... )