e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
licht brood brood met gaten in de kruim:   lext brūwt (Melveren) II-1
licht buitje regenbuitje:   een lich buke (Buchten), lich buujke (Blerick), locht buujke (Hoensbroek), ə lext bøikə (Rotem), ’n lééchs buutje (Middelaar) III-4-4
licht ding lenig persoon: Opm.: loch = licht.  een loch deng (Hasselt) III-1-1
licht doen bulderen van de storm: correct overgenomen.  leet doen (Hoeselt) III-4-4
licht dorsen grof dorsen:   lix ˲[dorsen] (Gronsveld), lux˲ [dorsen] (Munstergeleen  [(tegen een ladder)]  , ... ) I-4
licht dragen te licht in de rug:   (de kar) drøxt lex (Velden) I-13
licht draven op een sukkeldrafje lopen:   lix drǭvǝ (Tongeren) I-9
licht en donker schemering, valavond:   leecht en doonker (Well) III-4-4
licht gebouwd licht van bouw:   louch geboewd (Doenrade) III-3-2
licht geschelpt duif met kleine kleurschakeringen:   licht gəsjélpt (As) III-3-2