e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
knijpklem plaatklem:   knīpklɛm (Reuver) II-11
knijpschoen soorten schoenen:   knèè.ëpschōē.ën (Zonhoven) III-1-3
knijpspang veiligheidsspeld:   knīpšpaŋ (Valkenburg) II-7
knijptang nijptang:   knijptang (Dilsen), kniptaŋ (Gennep, ... ), kniptáŋ (Castenray, ... ), knęjptaŋ (Houthalen), knī.ptaŋ (Venlo), knīptaŋ (Geulle, ... ), knīptsaŋ (Bleijerheide, ... ), pannentang:   knīptaŋ (Heythuysen, ... ), tang:   knīptaŋ (Heerlen  [(Oranje-Nassau I-IV)]   [Eisden]), tegeltang:   kni.ptaŋ (Tegelen), knīptaŋ (Heerlen, ... ) II-10, II-11, II-12, II-5, II-9
knijsgezicht pruilmond:   kneesjgəzig (Schinnen) III-1-4
knijt kleermakerskrijt:   knīt (Bleijerheide, ... ), krijt:   knīt (Bleijerheide, ... ) II-11, II-7
knijt schrijven woeker:   knĭĕt sjrīēëvə (Nieuwenhagen) III-3-1
knijtschramen maken aftekenen met krijt:   knītšrø̜ǝm māxǝ (Bleijerheide) II-7
knijzig slechtgehumeurd (zijn):   kni-jzig (As) III-1-4
knik etenszak of etenstrommel:   knek (Griendtsveen, ... ), heuvel, kleine hoogte:   knik (Klimmen), plaats waar men het varken of rund steekt om het te doden:   knek (Venlo), pungel:   knek (Meijel  [(Emma / Maurits)]   [Winterslag, Waterschei]), schoot, bult:   knek (Klimmen), spekpannenkoek:   knik (Castenray, ... ) II-1, II-4, II-5, II-9, III-2-3, III-4-4