e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
kniezen drenzen:   kneesje (Nuth/Aalbeek), kniezen:   he is altied aan t kneze (Rotem), heĕr is altīēt aŏn et knĕize (Maastricht), hieë ès altêd an t knijzen (Hasselt), hè is altied aan t kniezen (Neeroeteren), hè is altied an kniezen (Kleine-Brogel), hè kniestj (Geistingen), hê is altied aan t kniezen (Neeroeteren), kneesche (Lutterade, ... ), kneesje (Munstergeleen, ... ), kneesjə (Schinnen), kneeze (Beegden, ... ), kneezen (Amby, ... ), kneijzə (Maastricht), kneisen (Lanaken), kneize (Caberg, ... ), kni-jze (As, ... ), kni.zə (Hoepertingen, ... ), kni.zən (Tessenderlo, ... ), kni:zə (Maastricht), knie.zə (Kelpen), kniejzen (Elen), kniesche (Oirsbeek), kniesje (Gulpen, ... ), kniesjə (Montfort, ... ), knieše (Brunssum), knieze (Afferden, ... ), knieze(n) (Obbicht), kniezen (Borgharen, ... ), kniezje (Meerssen), kniezə (Swalmen), kniezən (Maastricht, ... ), kniēze (Tungelroy), knijze (Maastricht, ... ), knijzən (Eigenbilzen), knizə (Sint-Truiden), kniëtsje (Schaesberg), knīēze (Susteren, ... ), knīēzen (Heijen, ... ), knīēzə (Meijel, ... ), knījzə (Zichen-Zussen-Bolder), knīzən (Hamont), knĭĕzə (Susteren), knyzə, knizə (Rekem), knèizə (Maastricht), knéizen (Elen), knéëzë (Lanklaar), knîêtsje (Geleen), knîêze (Schimmert), ê-is altiet aan t kniezje (Eisden), ə zit alti:d tə kneizə (Stokkem), ər ɛz alti:d ant knizə (Rekem), (sic)  iè is altied aan t knieze (Rotem), cf. VD s.v. "kniezen"1. treuren, een knagend verdriet hebben, door hartzeer gekweld worden, zichzelf als ongelukkig beklagen  knieze (Gennep), kniesoer = kniesoor  knieze (Heerlen), Opm. bijv. ei knies ôar. (ps. boven de a staat nog een ?; deze combinatieletter is niet te maken, omgespeld is het inderdaad een a).  knieze (Stevensweert), Wordt met dezelfde beteekenis [als AN] gebruikt.  hij is altijd aan het kniezen (Leopoldsburg), mokken:   kneesje (Puth), kneetsjen (Meers), kneize (Caberg), kniesje (Schinnen), knynze (Gronsveld), knyze (Gronsveld), motregenen, licht regenen:   knie⁄ze (Bleijerheide, ... ), piekeren:   hi zoat doa mè altied te knieze (Kaulille), hè zit dao altied te kniezen (Rekem), hé zaat dao altied te kniezen (Bree), kniezen (Neeroeteren, ... ), knīēze (Merkelbeek) III-1-4, III-4-4
kniezer gierigaard:   kniezer (Voort), kieskauwer: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  kniezer (Oostham, ... ), kniezen:   t`is ne kniezer (Heppen), knorrepot:   ene kniezer (Heers), kneizer (Zutendaal), kni-jzer (As), kniezer (Alken, ... ), knijzer (Maastricht), knīzer (Mettekoven), ne kniezer (Sint-Truiden), wat eine kniezer (Boorsem, ... ), persoon met een lastig karakter: Vraag 383 is dubbel (dus 2 x 97 moet nog worden opgesplitst in twee lemmata: "persoon met een lastig karakter"; "een niet gemakkelijk, lastig karakter hebbend  kniezer (Heerlerbaan/Kaumer) III-1-4, III-2-3, III-3-1
kniezerd brompot:   ’nə kneizərt (Opitter), kieskauwer: verzamelfiche ook mat. van ZND 1(a-m)  kniezert (Houthalen), kniezen:   eine knie:zert (Herten (bij Roermond)), t is ne kniezerd (Opitter), knorrepot:   kneisert (Maaseik) III-1-4, III-2-3, III-3-1
kniezerig slechtgehumeurd (zijn):   kni-jzerig (As) III-1-4
kniezetig slechtgehumeurd (zijn):   knieëzetig (Waubach) III-1-4
knieënband knieband voor een stier of kalf:   knēnbanjtj (Roermond), knēnbaŋk (Baarlo, ... ), knē̜ǝbant (Wellen), knɛ̄i̯ǝbant (Kermt), knɛ̄i̯ǝbaǝnt (Rummen) I-11
knieënhak knieband voor een stier of kalf:   knēnhakǝ (Tegelen) I-11
knieënlap kniebeschermer:   kniǝlap (Meeuwen  [(id)]  ), knēnlap (Panningen  [(meervoud: knēnlapǝ)]  ) II-9
knijl dronken: verzamelfiche, ook mat. van ZND 1, a-m  knijl (Welkenraedt) III-2-3
knijns geil, wellustig:   knīēns (Venlo) III-2-2