e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
hoetelder onbetrouwbare koopman: ps. letterlijk overgenomen.  ennen hoe.telder (Panningen) III-3-1
hoetelen aarzelen: cf. WNT VI, kol. 717 s.v. "heutelen (II)"talmen, teuten, futselen, prutsen; mindere gebruikt vero. vorm huitele  hûtele (As), mindere gebruikt vero. vorm huitele  hûtele (Bocholt, ... ), buurten: s avonds bij schemerdonker voor den haard praten  uətələ (Montzen), kwanselen: Van Dale: hoetelen, 3. (gew.) in het klein handelen.  hoedele (Ell, ... ), hoetele (Tungelroy), ruilen (als spel): Ruilen.  hoetelen (As), WNT: hoetelen, (zeldzaam) hoedelen, [...] 5. ruilen, tuitelen.  hoetele (Neer), samenspannen: Van Dale: hoetelen, 3. (gew.) in het klein handelen?  bɛ imant hu.tələ (Aalst-bij-St.-Truiden), sjacheren: Van Dale: hoetelen, 3. (gew.) in het klein handelen.  hoetele (Boeket/Heisterstraat), treuzelen:   huitele (As, ... ), mindere gebruikt vero. vorm huitele  hûtele (Gruitrode), verkwanselen: ps. letterlijk overgenomen.  hoe.tele (Panningen), Van Dale: hoetelen, 3. (gew.) in het klein handelen.  hoedele (Ell), hoetele (Egchel) III-1-4, III-3-1, III-3-2
hoeter de foeter in alle haast:   hoeter de foeter (Beverlo, ... ) III-1-4
hoeve boerderij, algemeen:   huf (Hamont, ... ), huvǝ (Broeksittard, ... ), hø̄f (Sint-Martens-Voeren, ... ), hūf (Beringen, ... ), hūǝf (Eijsden, ... ), hǫu̯f (Eupen, ... ), ūǝf (Rotem), erf en omliggende landerijen:   huf (Tessenderlo), gepachte hoeve, pachtgoed:   [hoeve] (Beringen, ... ), grond waarop de boerderij staat:   hūǝf (Heel), grote boerderij:   huf (Berverlo, ... ), hūf (Oostham, ... ), hūǝf (Gronsveld), hǫu̯vǝ (Lummen), ūf (Maaseik), u-vormige hoeve:   huf (Achel) I-6, I-8
hoeven boeren:   hø̜̄vǝ (Margraten) II-1
hoeven afhakken hoeven verwijderen:   huvǝ āfhakǝ (Gulpen) II-1
hoeven afhouwen hoeven verwijderen:   hyf āfhø̜jwǝ (Gruitrode), hōvǝ āfhǫwǝ (Helden), hōǝvǝ āfhǫwǝ (Nuth), hūvǝ āfhǫwǝ (Buchten), ājhǫwǝ (Blerick, ... ), ōjhōwǝn (Diepenbeek) , II-1
hoeven afkappen hoeven verwijderen:   huvǝ afkapǝ (Meijel) II-1
hoeven afsnijden hoeven verwijderen:   hīvǝ āfsnījǝ (Opglabbeek) II-1
hoeven aftrekken nagels verwijderen:   huvǝ aftrękǝ (Nieuwerkerken) I-6