e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
hielstuk hielpand:   hilstøk (Meijel, ... ), hielpand [wld ii.10, p. 24]:   hiĕlstuk (Milsbeek), hilstøk (Meijel) II-10, III-1-3
hielstukje hielstuk van een schoen: Bezetstuk in de hak aan de binnenkant (van bezaan of split als voeringleer).  hiĕlstukskə (Milsbeek), Dat is het bovenste van de hiel.  hielstukje (Lommel), hielstukje:   hilstøkskǝ (Milsbeek) II-10, III-1-3
hielvoering hielstuk van een schoen: Ingezet stukje.  hielvooring (Roggel), hielstukje:   hilvōreŋ (Roggel), spoorleer, achtervoering:   hielvoering (Bleijerheide, ... ), hilvureŋ (Meijel, ... ), hilvø̄reŋ (Roggel, ... ), hilvōreŋ (Dilsen, ... ), spoorleer, achtervoering [wld ii.10, p. 60]:   hi.lvo:riŋ (Schinnen), hielveuring (Stein), hielvoerig (Mook), hielvoering (Bleijerheide), hielvooring (Geulle), hielvōōrring (Sevenum), hiĕlveuring (Roggel), hiĕlvŏĕring (Milsbeek), hilvurəŋ (Meijel), Hielvoering.  hielvoring (Dilsen) II-10, III-1-3
hiembeer framboos:   hiem’beer (Bleijerheide, ... ) I-7
hienteteer haagbeuk: nevenvorm: hientë  hyùntëtêr (Tongeren), Paque spelt: gieuntetèr [Carpunus betulus]  hièntëtêr (Tongeren) III-4-3
hiep bazige vrouw:   heep (Kapel-in-t-Zand), bietenkapmes:   hēp (Nunhem, ... ), hīp (Milsbeek, ... ), hīǝp (Helden, ... ), bijl waarmee men het slachtvee klooft:   hejǝp (Heythuysen), hi.p (Weert), hi.ǝp (Venlo), hiǝp (Blerick, ... ), hēp (Swalmen), hīǝp (Tungelroy, ... ), gril:   hĭĕp (Nieuwenhagen), ingebeelde ziekte: Van Dale: hiep (II): ingebeelde ziekte.  hiep (Schinnen), kletswijf:   ein hieēp (Herten (bij Roermond)), slachtbijl:   hi.p (Herten, ... ), hiǝp (Helden, ... ) I-5, II-1, III-1-2, III-1-4, III-3-1
hiep, hiep, hiep roep- en lokwoord voor de kip:   hip, hip, hip (Heerlen) I-12
hiepen een borrel drinken: korte ie als bij iep  hiepe (Heerlerbaan/Kaumer) III-2-3
hiepje bietenkapmes:   hīpkǝ (Sint Pieter), haarvlecht:   hiepke (Bilzen) I-5, III-1-1
hier roep- en lokwoord voor de koe:   hɛi̯ (Baexem), roep- en lokwoord voor het kalf:   hɛi̯ (Baexem) I-11