e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
hazelnotenbuist hazelaar:   hazelneutebəste (Meldert) III-4-3
hazelnotenstruik hazelaar:   aozelneutestroek (Sint-Truiden), azəlnōtəstrūk (Mechelen-aan-de-Maas), ha:zəlno:təstru:k (Molenbeersel), haizəlnwəttəstraok (Eigenbilzen), haozelnuitenstroek (Hoepertingen), haoəzelnuiətestroek (Hoepertingen), hazelnoeëtestrok (Opitter), hazelnoo:testroek (Maasbracht), hazelnotestroek (Borgharen, ... ), hazeneetestrouk (Peer), hāzəlnøtəstrōk (Hasselt), hoazəlnietəstrouk (Bilzen), hoezelneutenstruik (Diepenbeek), hoezelnoowettenstruik (Lommel), hoëzelneuëtestruiëk (Berbroek), hōəzelnotestrouk (Diepenbeek), hâzelnotestrouək (Wellen), oezelnieutestrook (Rijkhoven), ozəlneuitəstrouək (Herk-de-Stad), -  hazelnaotestroek (Heythuysen), hazelnoeïtesjtroek (Gronsveld), hazelnootestroek (Hunsel), hazelnote-stroek (Borgharen), hazelnotesjtroe:k (Panningen), hazelnotesjtroek (Valkenburg), hazelnotestroek (Geysteren, ... ), hazelnotestruuk (Blerick) III-4-3
hazeloopgraaf eindvoor in het midden:   hāzǝlōp˲grāf (Ulestraten) I-1
hazelstok hazelaar:   hasselsjtok (Heerlen, ... ) III-4-3
hazelstruik hazelaar:   haazelstroêk (Altweert, ... ), haezelstraek (Sint-Truiden), haozelstreuk (Beverlo), haozəlstrūk (Borgloon), haozəlstrək (Hasselt), haoəzəlstraok (Ulbeek), hasselstruuch (Lontzen), hazelstroek (As, ... ), hazelstruiək (Leopoldsburg), hazelstruk (Kelmis), hazelstruuêk (Hasselt), hazəlstrūk (Eisden), hāzəlstrūk (Ophoven), hoazelstroek (Vroenhoven), hoazəlstrōk (Diepenbeek), hozelstroek (Werm), hozelstrouk (Genk), hoəzelstroek (Sint-Huibrechts-Lille), hoəzəlstrauk (Beverst), hoəzəlstrōk (Kortessem), hōzəlstrōk (Wellen), -  hazelsjtroe:k (Meerssen), hazelstroek (Limbricht, ... ), hazölztroer (Vaals) III-4-3
hazelteer hazelaar:   assentêre (Einighausen, ... ), hesselder (Klimmen), -  assentère (Einighausen), ook  hesselder (Echt/Gebroek, ... ) III-4-3
hazelteerstruik hazelaar:   ha’zeltersjtroech (Bleijerheide, ... ), hesselterstrōēk (Rimburg) III-4-3
hazelterenstruik hazelaar:   has-sel-tee-re-stroek (Vijlen), -  hesseltère sjtroek (Merkelbeek) III-4-3
hazelworm hazelworm:   haazelwèùrum (Maastricht), haazelwörm (Eksel), hazelwoerm (Linne), hazelworm (Boukoul, ... ), hazelworrem (Echt/Gebroek, ... ), hazelwurm (Gulpen, ... ), hazelwuërem (s-Gravenvoeren), hazelwòrm (Hoensbroek, ... ), hazelwôrem (Guttecoven), hazelwôrm (Doenrade), hazelwörm (Bree, ... ), hazelwörrem (Valkenburg), hāāsəlwōōrm (Nieuwenhagen), hāzəlwø͂ͅrəm (Meijel), ha’zelwórm (Bleijerheide, ... ), hoazelwērm (Eigenbilzen), hoaêzelwörm (Eksel), hoͅ.zəlwɛ.rəm (Eigenbilzen), hàazəlwörəm (Maastricht), oazelwùrrem (Sint-Truiden), #NAME?  hazelworm (Achel), WLD  haazəlwörrəm (Maastricht) III-4-2
hazen met een priktol spelen: Men draait de "smak"rond den dop, werpt hem over de schouders: t geen hiet den dop zetten in een rond op den grond getrokken: zoo hij nu nie uit de ronde draait, moet hij er uit gehaasd worden, t.t.z. de punten van de doppen worden zo scherp gevijld. Het hout met nageltjes en plaatjes beslagen en men werpt er op gelijk voor t gewoon zetten totdat hij er uit vliegt of splijt.  hāzen (Peer), op de loop gaan:   haze (Venlo), spijbelen:   hauze (Sint-Truiden), oͅ.əzə (Sint-Truiden), oͅ:zə (Sint-Truiden) III-1-2, III-3-1, III-3-2