e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
graswormpje engerling, larve van de meikever:   groaswurmpke (Oost-Maarland) III-4-2
graszak grasmus:   graaszak (Velden, ... ), knorrepot:   grāāszak (Beesel), cf. WNT V, kol 757 s.v. "grijzer": "iemand die grijst, grimt, zuur kijkt; bij uitbreiding: gemelijk oud man, grompot, knorrepot"; zie ook s.v. "grijzen (II)".  graaszak (Tegelen), vink: grasvink  graaszak (Venlo) III-1-4, III-4-1
graszeis graszeis:   grā.s˲zęi̯s (Neeroeteren), grās[zeis] (Buggenum, ... ) I-3
graszeisse graszeis:   grā.s[zeisse] (Niel-bij-As), grās[zeisse] (Roggel), grǭ.s[zeisse] (Gelieren Bret, ... ) I-3
graszeissie graszeis:   grā.s[zeissie] (As, ... ), grǫǝs[zeissie] (Eksel), grǭ.s[zeissie] (Houthalen), grǭ.ǝs[zeissie] (Eksel, ... ), grǭs[zeissie] (Zolder) I-3
graszekel sikkel:   gras˲zēkǝl (Kessenich) I-5
graszicht graszeis:   grās[zicht] (Boukoul, ... ) I-3
grasziekte kopziekte:   grasekdǝ (Lummen), grasiktǝ (Zelem), groszøktǝ (Herk-de-Stad), grāsektǝ (Beringen), grāszekdǝ (Hasselt), grǭsziktǝ (Donk) I-11
graszode bovengrond:   graszode (Spekholzerheide), graszode:   graszode (Brunssum), graszǭj (Middelaar), grãszǫu̯dǝ (Sint-Truiden), grāszuj (Tegelen), grāszōj (Venlo), grǭszut (Bilzen), grǭszǫu̯w (Lanaken), (mv)  graszōjǝ (Middelaar), grāszōi̯ (Maastricht), grāszōjǝ (Blerick, ... ), grāszōjǝn (Baarlo), nerf van de weide:   [gras]zōi̯ (Thorn), [gras]zǭi̯ (Middelaar) I-3, I-8, II-8
graszoden strooisel in de potstal:   graszoden (Houthalen), vlaggen:   grǫ(ǝ)s˱zǫ(ǝ)dǝ (Neerpelt) I-11, II-9