e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
gispen gispen, geselen:   gespe (Jeuk), gispen (Stein), géspə (Loksbergen), jwiepse (Wolder/Oud-Vroenhoven) III-1-2
gist aanzetgist:   g ̇ęs (Opitter), ges (Schinnen), gist (Arcen), gęs (Heythuysen, ... ), gęst (Maastricht), gīǝs (Alken), gɛs (Maastricht, ... ), gist:   gaes (Opgrimbie), gais (Sint-Huibrechts-Lille), ge.s (Hasselt, ... ), ge:əs (Rijkel), ges (Achel, ... ), gess (Hechtel), gest (Berbroek, ... ), geš (Heerlen), gēͅs (Sint-Huibrechts-Lille), gĕs (Tongerlo), geͅs (Genk, ... ), geͅst (Halen, ... ), gies (Kleine-Brogel), gis (Kleine-Brogel), gist (Bree, ... ), giz (Neerpelt), gjɛs (Lommel), gäs (Elen, ... ), gès (Beringen, ... ), gêes (Tongeren), gês (Tegelen), gē.s (Hamont, ... ), gē.st (Gennep), gēst (Helden, ... ), gēǝs (Rijkel), gē̜s (Beverst, ... ), gē̜st (Hasselt, ... ), gē̜z (Maasbracht), gę.s (Hasselt, ... ), gęs (Amby, ... ), gęst (Afferden, ... ), gęš (Eys, ... ), gęǝs (Opgrimbie), gī.st (Kozen), gīst (Kermt, ... ), gəes (Amby, ... ), gɛs (Amby, ... ), gɛst (Heel, ... ), gɛsǝ (Rosmeer), gɛš (Eys, ... ), gɛ̄s (Houthalen, ... ), stof meert gist (Sint-Truiden), (Frans = gai)  gaiss (Bilzen), (gerekt)  giei̯est (Kozen), (na?t\\. drúg\\)  gəes (Bree), (naote gÈst = brouwerijgist)  gīst (Kermt), De gèst van ¯t broet: de gist voor het brood  gèst (Zonhoven), De sjeermoule smaakde nao ges Ges bijj ¯t meel doen  ges (Maastricht), nat of droog  ges (Echt/Gebroek), vloeibare gist:   gēs (Lanklaar), gęs (Maasmechelen), gęst (Neerlanden), gɛs (Roermond), zuurdeeg:   ges (Venlo), gęs (Roermond), gɛš (Ubachsberg), zuurdesem:   gesj (Heerlen), gest (Venray), Syst. WBD  gis (Venlo), Syst. WBD dat kreeg je bij de bakker in een zakje. Die gist was net stopverf  gès (Oirlo) III-2-3, III-2-3, II-1, II-2, III-2-3
gist bij het meel doen desemen:   ges bijj⁄t meel doen (Maastricht)
gist bijdoen desemen:   gès bijdoe.n (Maastricht)
gist derin roeren aanzetten:   gɛs dren rø̄rǝ (Posterholt) II-2
gist derindoen desemen: alleen de bakker deed dat  ges derien dōēn (Oirlo) III-2-3
gist geven aanzetten:   ges gēvǝ (Maastricht) II-2
gist in de deeg doen desemen:   ges in den deig doen (Maastricht) III-2-3
gist in deeg doen desemen:   gis in deig doon (Blerick) III-2-3
gist in het broodbeslag doen desemen:   ges in ⁄t broodbeslag doen (Heythuysen) III-2-3