e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
feuterenhoed (<fr.) slappe vilten hoed:   føͅytərənut (Sint-Truiden) III-1-3
feutre binnenvoering:   fø̜̄tǝr (Schulen), paardedeken onder het zadel:   fø̄tǝr (Diets-Heur), vilt:   fø̜̄tǝr (Boorsem) III-1-3
feutre (fr.) slappe vilten hoed:   fuiter (Rummen (WBD)), fø:tər (Kanne), fø̄tər (Ketsingen), føͅtər (Borlo, ... ), [Tweede bet.: vilt]  fùiter (Sint-Truiden), Et. Fr. feutre.  feutër (Tongeren), Feuter.  fø̄tər (Boekt/Heikant, ... ), Fr. feutre.  fööter (Zonhoven) , I-10, II-7
feutrehoed (<fr.) slappe vilten hoed:   fötər(h)uət (Hasselt), føͅtərhut (Borlo) III-1-3
fezelen binnensmonds praten: Van Dale: fezelen, 1. fluisterend praten of zeggen; - smoezen.  fezelen (Ophoven), fiezelen (Zonhoven), fluisteren:   niezele (Hoepertingen), Eigenlijk chuchoter; lispelen onbekend.  fiezele (Neerhespen), Van Dale: fezelen, 1. fluisterend praten of zeggen; - smoezen.  (fizələ) (Sint-Truiden), feezelen (Opoeteren, ... ), feeəzələ (Beverlo), feizelə (Opitter), fezele (Bree, ... ), fezelen (Bree, ... ), fezelə (Hasselt), fezələ (Leopoldsburg), fēzələ (Molenbeersel, ... ), fi:zələ (Aalst-bij-St.-Truiden), fiesëlë (Lanklaar), fiezele (Bilzen, ... ), fizələ (Beringen), fièzele (Waasmont), fiəzəlṇ (Zonhoven), fīzələ (Mechelen-aan-de-Maas), frezelen (Heppen), frèzelen (Mechelen-aan-de-Maas), Van Dale: fiezelen, (gew.) fezelen.  fi[ə}selən (Hoepertingen), fi[ə}zele (Stevoort), fie[ə}zele (Nieuwerkerken), fiesele (Bilzen), fiezele (Berbroek, ... ), fiezelen (Beringen, ... ), fiezelle (Zichen-Zussen-Bolder), fiezèlen (Hechtel), fiezələ (Sint-Truiden), fiezələn (Eigenbilzen), fissele (Vechmaal), fizele (Genk, ... ), fizelen (Ulbeek), fizələ (Lanaken, ... ), fiəzəle (Gelinden), fīsələ (Lanaken), fīzele (Kuttekoven), fīzelen (Diepenbeek), fīzələ (Borgloon, ... ), fīzələn (Diepenbeek), fīzəl⁄ə (Zichen-Zussen-Bolder), fīžə:ln (Zonhoven), konkelfoezen (wbd): Van Dale: fezelen, 1. fluisterend praten of zeggen; - smoezen.  fezelen (Leopoldsburg, ... ), fiezelen (Jeuk), fiezĕle (Hoeselt), fiezələ (Vlijtingen), mompelen: is iets stil aan de ooren zeggen  fiezelen (Peer), prevelen:   feezele (Weert), fezelen (Neerpelt), fiezelen (Eksel), roezemoezen: Van Dale: fezelen, 1. fluisterend praten of zeggen; - smoezen.  fezələ (Opglabbeek), fiezele (Vlijtingen), traag praten: Van Dale: fezelen, 1. fluisterend praten of zeggen; - smoezen.  fiezelen (Zonhoven), fèzele (Ell) III-3-1, III-3-3
fiacre (fr.) huurrijtuig: Van Dale: fiacre (Fr.), fiaker, huurrijtuig.  fiaker (Heerlerbaan/Kaumer, ... ), fiáker (Born), fĭĕjàkkər (Maastricht), fjaaker (Herten (bij Roermond)) III-3-1
fibberen knutselen:   énēin fibbërë (Tongeren), Et. Lat. fabricare &gt; fabrigën &gt; fëbrigen &gt; fibríjën &gt; fibbërë ?  fibbërë (Tongeren) III-3-2
fibrine vaste bloedmassa:   fǝrinǝ (Kaalheide) II-1
fiche (fr.) stekker:   feš (Kanne), fiesj (Hasselt), fisj (Tongeren), verk. uit fiche de contact  feš (Sint-Truiden) III-2-1