e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
festonneren festonneren:   fɛstonērǝ (Valkenburg) III-1-3
festonneren (<fr.) borduren:   festoneere (Maastricht), festonneren (Neeritter, ... ), (in de stof, daarna langs de randen uitknippen)  festonere (Schimmert), = open van te voren uitgeknipte versiering met gauw ?? (niet goed leesbaar op de vragenlijst).  festoneren (Nunhem), borduren met de festonsteek  festonneren (Maastricht) , II-7
festonsteek festonneersteek:   fɛstonštēk (Valkenburg) II-7
fetse hoorn ongepaarde mannelijke duif: Algemene opmerking: deze vragenlijst is heel slecht ingevuld!  Fetse haore (Maasbree) III-3-2
fetse zij ongepaarde vrouwelijke duif: Algemene opmerking: deze vragenlijst is heel slecht ingevuld!  ’n fetse zie (Maasbree) III-3-2
fetsen kieskauwen:   fetsje (Gronsveld, ... ) III-2-3
fetser kieskauwer:   fetsjer (Gronsveld), fètscher (Schimmert), fêtscher (Schimmert) III-2-3
fetteren kaarten bijnemen:   fettere (Gronsveld), alleen bij toppe  fettere (Gronsveld), tegelijkertijd galopperen en draven:   fɛtǝrǝ (Heerlen, ... ), vlug lopen:   fettere (Waubach), hee fettert voet = hij rent weg  fettere (Waubach) I-9, III-1-2, III-3-2
feukelen een hond vleien:   fuukele (Maasbree), ideosyncr.; mit eïnen hondj  feukele (Neer), WBD  fuikələ (Meijel), mooi pratend het paard op de nek kloppen:   fȳǝkǝlǝ (Baarlo) I-9, III-2-1
feulezen wrijven: Bij meisjes  feuleze (As) III-1-2