e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
dobbelang arend van de zeis:   dǫbǝlãŋ (Jeuk  [(met twee gaatjes in de steel)]  ) I-3
dobbelbag jong varken:   dǫbǝlbax (Diepenbeek) I-12
dobbelbakken opbakken:   (het brood wordt) dǫbǝlgǝbakǝ (Ulestraten) II-1
dobbelbed koeienstand:   dǫbǝlbęt (Paal), ledikant:   doͅbəlbeͅt (Bilzen) I-6, III-2-1
dobbelbroek regenpijpen:   dabəlbruk (Zichen-Zussen-Bolder), debəlbruk (Val-Meer) III-1-3
dobbeldeur stalpoort, staldeur:   dǫbǝldøu̯ǝr (Brustem), dǫbǝldø̄r (Holtum), dǫbǝldø̜r (Velm), dǫbǝldēi̯ǝr (Beverst) I-6
dobbeldik bladgoud torengoud:   dǫbǝldik˱ blat˲gǭt (Gulpen) II-9
dobbeldik glas enkeldik, dubbeldik vensterglas:   dubǝldek jlās (Kerkrade), dubǝldek ˲glās (Heerlen, ... ), dǫbǝldek ˲glas (Meijel), dǫbǝldik ˲glās (Herten) II-9
dobbele maaibalk:   dǫbǝlǝ (Schimmert), meerscharige ploegen:   dǫbǝl plōx (America  [(hiermee ploegt men twee voren tegelijk)]  ) I-2
dobbele [eg] meerdelige eg:   dubǝl [eg] (Nieuwenhagen), dǫbǝl [eg] (Achel, ... ) , I-1, I-3