e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
deruit zetten de cultivator inzetten en uitzetten:   dǝryt ˲zętǝ (Mook) I-2
deruitbroeien brood uit het blik of van de plaat halen:   drūt bry-jǝ (Gulpen) II-1
deruitdoen brood uit het blik of van de plaat halen:   (men zegt) dōn drū.t (Melick), drūtdǭn (Geleen), de organen verwijderen:   trūt dun (Maasmechelen) II-1
deruitdraaien het kalf afdraaien:   druǝdrɛi̯jǝ (Rotem), drūtdrē̜jǝ (Maasniel, ... ), dǝrūtdrē (Einighausen), trutdrē̜jǝ (Maasmechelen), trūtdrɛjǝ (Eisden) I-11
deruithalen brood uit de oven halen:   drūshoalǝn (Kerkrade), dǝrūthōǝlǝ (Beek), trūthǭlǝ (Herten), brood uit het blik of van de plaat halen:   druthoalǝ (Voerendaal), drūs hoalǝ (Kerkrade), drūt hǭlǝ (Brunssum), dǝr ūthǭlǝ (Heythuysen), houtskool verwijderen:   drūthǭlǝ (Melick), dǝruthǭlǝ (Heythuysen), dǝrūthǭlǝ (Tegelen), rooien:   dǝrūthǭlǝ (Haelen) I-8, II-1
deruitlopen de melk laten lopen:   (de melk) lø̜p dǝrūǝt (Boekend) I-11
deruitrakelen houtskool verwijderen:   dǝrūtrǭkǝlǝ (Helden) II-1
deruitschieten brood uit de oven halen:   trǭwǝt šītǝ (Munsterbilzen) II-1
deruitsnijden de organen verwijderen:   trǭt snęjǝn (Diepenbeek) II-1
dervan houden lusten:   d⁄r haāuw ⁄k van (Meijel) III-2-3