e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
lijmtangetje lijmtang:   līmtɛŋskǝ (Heel) II-12
lijmteken litteken:   leimteike (Valkenburg), li:mtɛj.kə (Rekem), liem-tèke (Borgharen), liemteeke (Heerlen, ... ), liemteeken (Schaesberg), liemteike (Berg-en-Terblijt, ... ), liemteiken (Geleen, ... ), liemteikĕ (Meerssen), liemteikə (Amby, ... ), liemteke (Vijlen), liemtieken (Guttecoven), liemtijke (Geleen), liemtäeke (Gulpen), liemtäke (Gulpen), liemtèjken (Vaesrade), liemtèke (Rimburg), līemteke (Mheer), līēmptēkə (Eys), līēmteeke (Eys), līēmteike (Heek, ... ), līēmteke (Mheer), līēmtēkə (Voerendaal), Eupener Sprache, dl. II, p. 107  limteike (Eupen) III-1-2
lijmtuig klemgereedschap:   lē̜mtø̜jǝx (Leopoldsburg) II-12
lijmverf lijmverf:   li.m[verf] (Waubach), lē̜m[verf] (Tessenderlo), līm[verf] (Buchten, ... ), līǝm[verf] (Heerlen) II-9
lijmverven sauzen:   līmvɛrvǝ (Schinnen) II-9
lijmzaadmeel lijnzaadmeel:   lęi̯mzǭtmēl (Hasselt) I-5
lijmzaadpap lijnzaadpap:   lēmzǭtpap (Hasselt) I-5
lijn denkbeeldige lijn tussen hok en losplaats:   de lein (Rijkhoven), de lien (Eisden), grenslijn:   lijn (Eksel), haarscheiding:   lēn (Hasselt), leͅm (Bree), lijn (Diepenbeek), halster:   lai̯n (Borgloon), lø̜̄u̯n (Rummen), het paard met een dubbele lijn leiden:   lai̯n (Berg, ... ), lin (America, ... ), lāǝn (Membruggen), lē̜n (Binderveld, ... ), lē̜ǝn (Aalst, ... ), lęi̯n (Alken, ... ), lęn (Kwaadmechelen, ... ), līn (Boorsem, ... ), lɛi̯n (Mechelen-Bovelingen, ... ), lɛ̄n (Riksingen, ... ), l˙īn (Kessenich), (mv)  liŋǝ (Kerkrade, ... ), kordeel, hotlijn:   leīn (Lanklaar, ... ), lijn (Sint Pieter), lin (Hamont), linj (Achel), liŋ (Bleijerheide), lęi̯n (Gelinden, ... ), lęn (Val-Meer), lęǝn (Niel-Bij-Sint-Truiden), līn (Nunhem, ... ), lijn waar het spel begint:   də lēͅn (Sint-Truiden), lien (Maasniel, ... ), lijn (Eigenbilzen), līn (Susteren), Ge mugt nie ovver die lien hinkòmme.  lien (Venray), liniaal:   lien (Susteren, ... ), liēn (Sittard), (oud).  lien (Venlo), ploeglijn:   lãǝn (Membruggen), lei̯n (Dilsen, ... ), li ̞i̯n (Elen, ... ), lii̯n (Maaseik), lin (Achel, ... ), linj (Achel), liŋ (Achel, ... ), lái̯n (Berg, ... ), lēi̯n (Lanklaar), lē̜ ̞n (Halmaal), lē̜ ̞ǝn (Velm), lē̜(i̯)n (Gingelom), lē̜i̯n (Opheers, ... ), lē̜n (Jeuk, ... ), lē̜ǝn (Borlo, ... ), lęi̯n (Amby, ... ), lęn (Kwaadmechelen, ... ), līn (Asenray / Maalbroek, ... ), lɛi̯n (Eigenbilzen, ... ), lɛ̄n (Rijkhoven), l˙i ̞ŋ (Lanaken, ... ), l˙ii̯n (Eupen), l˙in (Membach), l˙iŋ (Lontzen, ... ), l˙ęi̯n (Gronsveld, ... ), l˙ęŋ (Moelingen), l˙īn (Kessenich, ... ), snoer:   lē̜n (Melveren), teugel, leidsel:   len(ǝ) (Zelem), lin (Baarlo, ... ), liŋ (Bleijerheide, ... ), lē̜i̯n (Opheers), lē̜ǝn (Gingelom), lęi̯n (Maaseik, ... ), lęn (Kwaadmechelen, ... ), līn (Heerlerheide, ... ), touw om het hooi vast te sjorren:   līn (Baexem, ... ), tuiertouw, tuierketting:   lai̯n (Zepperen), līn (Blerick, ... ), vishengel:   lēn (Hasselt), lēͅn (Kuringen), lien (Kaulille, ... ), lijn (Eigenbilzen, ... ), lèèn (Sint-Truiden), Er hing een vis aan zijn lijn.  ølinŋ (Hamont), Met een - vissen.  ølênŋ (Zonhoven), Met één of twee lijnen vissen.  li:n (Meeswijk), Vissen bij de lijn.  leͅən (Niel-bij-St.-Truiden), Vissen met de lijn. Hij trok zijn (vis)lijn over.  leͅin (Lommel), vissnoer:   de laajn (Bilzen), dë lājn (Tongeren), en lein (Zolder), leejen (Loksbergen), leen (Wellen), lejn (As), lēͅjn (Maastricht), lēͅn (Sint-Truiden), leͅin (Maastricht), li-jn (As), liejn (Bocholt), lien (Kapel-in-t-Zand, ... ), lieng (Eys), lijn (Diepenbeek, ... ), lin (Kelpen), ling (Gulpen), liŋ (Nieuwenhagen), līn (Echt/Gebroek, ... ), līən (Amstenrade), lèen (Alken), lèèjn (Gors-Opleeuw), Antwoord onderlijnd bij de suggestie.  lijn (Jeuk), Er hing een vis aan zijn lijn.  lin (Hamont), Met een lijn vissen.  len (Zonhoven) I-10, I-11, I-2, I-3, III-1-1, III-3-1, III-3-2
lijn met halfzeil halflijn:   lēnj met halǝf˲zęjl (Meijel) II-3
lijn schieten verschillende knikkerspelen: #NAME?  lijnsjissen (Kaalheide/Onderspekholz) III-3-2