e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
lammetjeslucht wolkenbank:   lèmməkəslŏĕgt (Loksbergen) III-4-4
lammetjesoren koningskaars:   lemmerkensoren (Jeuk), stalkaars:   lemmerkensoren (Jeuk) III-4-3
lammetjespap beschuitpap:   lemkespap (Altweert, ... ), lemmekespap (Roermond), Syst. Frings  lɛməkəspap (Kessenich), broodpap: Syst. WBD  lem’kespap (Boukoul), geitenmelksepap:   lemkespap (Stein), lemmekuspap (Neeritter), Syst. IPA  leͅməʔəspáp (Kwaadmechelen), Syst. WBD  lémkespàp (Klimmen), lammetjespap:   lemkespap (Middelaar, ... ), lemmekespap (Gronsveld, ... ), lɛmkəspap (Gennep, ... ), lɛməkəspap (Gennep, ... ), Syst. Frings  lɛməkəspap (Bree), Syst. WBD  lemkes-pap (Oirlo), lemkespap (Blerick, ... ), lèmkespap (Neer), lèmmekespap (Ottersum, ... ) III-2-3
lamoen lamoen:   lamoen (Berverlo), lamuu̯n (Sint-Lambrechts-Herk), lamuǝn (Hasselt), lamūn (Echt), lǝmun (Gulpen, ... ), lǝmī.r (Maastricht) I-13
lamoenbomen berrie:   lamūnbø̜i̯m (Echt) I-13
lamp flambouw:   lamp (Opoeteren), làmp (Loksbergen), n lamp (Montenaken), eenvoudig weg  een lamp (Mal), gloeilamp: gewone lamp  lamp (Maastricht), gewoon electrische  lamp (Niel-bij-St.-Truiden), lamp:   la.amp (Hoepertingen, ... ), la.mp (Altweert, ... ), laamp (Blitterswijck, ... ), laemp (Sint-Truiden, ... ), lamp (\'s-Herenelderen, ... ), lamp∂ (Grevenbicht/Papenhoven), laomp (Zepperen, ... ), laup (Blerick), lāāmp (Swolgen), lāmp (Afferden, ... ), la͂mp (Beegden, ... ), la͂o͂mp (Wellen, ... ), lemp (Baarlo, ... ), lâmp (Zichen-Zussen-Bolder, ... ), (= elke lamp)  lamp (Heythuysen), (kinkee).  lamp (Obbicht), De lamp aansjtaeke Hae hool de breef ónger de lamp Drej de lamp get leger, ze blaok De lamp hing sjeif Zich e paar op de lamp sjödde: ettelijke glazen bier drinken  lamp (Roermond), De lamp ómloupe: tegen de lamp lopen ne Opp\' lamp sjödde: een glaasje drinken De lamp hink op loondaach: schraalhans is keukenmeester  lamp (Sittard), kan van alles zijn  lààmp (Maastricht), Verklw lempke  lamp (Venlo), Verklw. le.mpke  la.mp (Hasselt), Verklw. lempke Steek de lamp aon Doeg (of bloos) de lamp oet Drej de lamp get lieger, ze zwalk  lamp (Maastricht), Verklw. lé.mke  la.mp (Zonhoven), lantaarn:   lamp (Kaulille), ovenverlichting:   lamp (Blerick), petroleumamp: petroleumhouder met brander en gewoon recht glas  lamp (Neeritter), petroliumhouder met brander en gevorm reekt glas  lamp (Neeritter), voorwerp waarmee men de laatste haren van het varkenslijf brandt:   lamp (Linkhout), lāmp (Neerpelt), ziekenlantaarn:   de laamp (Oirlo, ... ), laamp (Epen, ... ), lamp (Grevenbicht/Papenhoven, ... ) II-1, III-2-1, III-3-3
lamp op de directiepunten richten de snoeren belichten:   lamp op de directiepunten richten (Genk  [(Winterslag / Waterschei)]   [Zolder]) II-5
lamp opsteken voor het eerst s avonds de lamp aanmaken:   lamp opsteikke (Vlodrop) III-3-2
lampadaire staande lamp:   lampëdêer (Hoeselt) III-2-1
lampadaire (fr.) flambouw:   lampteèr (Opoeteren), lamtèer (Neeroeteren), staande lamp:   lampədēͅr (Lommel, ... ), lā̝pa̝dɛ̝̄r (Kanne), la͂padēͅr (Hasselt), lôpëdêer (Tongeren), Fr. lampadaire  lampedéér (Zonhoven), lampëdêer (Tongeren), la͂padēͅr (Hasselt), lôpëdêer (Tongeren) , III-3-3, III-2-1