e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
lament geven van katoen geven:   lamentj geve (Montfort) III-1-4
lamenteren aanhoudend klagen:   lamenteren (Stein), lameteere (Beverlo), laməntērə (Rekem), lamərterən (Overpelt), lamərtiərə (Kortessem), lamərtjɛrə (Tongeren), lamətērə (Beringen, ... ), lemətērən (Mechelen-aan-de-Maas), Vgl. Latijn lamentari (bejammeren) este zuu bli-jfs lamme(n)tère aan mi-jne kop, wèèr ich er oppen door nog raadgek van  lammetère (As, ... ), drenzen:   lammeteere (Maastricht), lammetere (Jeuk), làmətijrə (Loksbergen), getob; tobben:   lamentére (Wijlre), kniezen:   lamenteren (Meeuwen), lammentere (Noorbeek, ... ), lamətijrə (Loksbergen), kreunen:   lamenteere (Valkenburg), lamentere (Venlo), lammentiere (Venray), kreunen van de pijn:   lamentiejrt (Borgloon), lamentére (Maasbree), lametairt (Opglabbeek), lameteere (Maasbree), lametèrt (Opitter), lammertíəd (Martenslinde), lammëteerë (Lanklaar), leméteerd (Houthalen), leͅmətērt (Zonhoven), lèmmetêêre (Swalmen), loeien van de koe van honger:   lamenteren (Eisden), mekkeren:   lamɛntērǝ (Nunhem), zuchten:   lamənti:rə (Rekem) III-3-1, I-11, I-12, III-1-2
lamenteren (<fr.) aanhoudend vragen:   lammenteere (Gulpen), lammentere (Voerendaal), lammetere (Tungelroy), lammənteerə (Maastricht), lemmetere (Haelen), lèrməteerə (Heerlen), klagen:   lamentere (Gronsveld), lamenteren (Heythuysen), lamentére (Maasbree), lametere (Maasbree), lammentere (Amby, ... ), lammetjèrre (Hoeselt), lammətéérə (Vlijtingen), lemeteeren (Montfort), lèmməteerə (Reuver), lèrməteerə (Heerlen), lémmetêêre (Swalmen), kletsen: Van Dale: lamenteren (&lt;Fr.), weeklagen, jammeren, kermen.  lementeiren (Kwaadmechelen), smeken:   lammenteere (Neer), verbeuzelen: Van Dale: lamenteren (&lt;Fr.), weeklagen, jammeren, kermen.  lamentere (Kerkrade, ... ), lamməteerə (Maastricht), zaniken, zeuren:   lamenteerĕ (Echt/Gebroek), lamentéére (Horst), lameteren (Ophoven), lammentere (Lutterade, ... ), lammèntēērə (Nieuwenhagen), lamməteerə (Maastricht), làmətijrə (Loksbergen), lámèntēēre (Nieuwenhagen), lèməteerə (Reuver), lèrməteerə (Heerlen) , III-1-4
lameren buurten: de betekenis van het buurten gaan lijk vroeger is hier niet te vinden  lameeren (Ulbeek), kletsen: Van Dale: lameren, (gew.) kletsen, de tijd verbabbelen.  lameere (Landen, ... ), lameeren (Attenhoven, ... ), lameire (Sint-Truiden), lameiren (Tessenderlo), lameren (Kozen), lamēre (Landen), lamērə (Sint-Truiden, ... ), lameͅirə (Borgloon), lamjeere (Lauw), lammeeren (Tessenderlo), ləmeͅirə (Borgloon), verbeuzelen: Van Dale: lameren, (gew.) kletsen, de tijd verbabbelen.  lameren (Bree, ... ), lâmere (Schimmert) III-3-1
lamfer rouwsluier aan een hoed: cf. VD s.v. "lamfer"= soort van fijn gaas, m.n. als van de hoed afhangende rouwfloers, rouwsluier  lamfer (Oirlo) III-2-2
lamhandje pinksterbloem: In Doenrade, mijn geboorteplaats.  laamhendje (Merkelbeek) III-4-3
lamlender balorig:   lamlender (Maastricht) III-1-4
lamlendig langzaam, traag:   de get lamlendig (Sint-Huibrechts-Lille), lui:   lamlendig (Kortessem), onwel:   lamlendig (Noorbeek, ... ), lamlendig zien (Maastricht), lamlendig zijn (Ten-Esschen/Weustenrade), verveeld:   lamlendig (Maastricht) III-2-3, III-1-2, III-1-4
lamlendig (zijn) een kater hebben:   lamlendig (Oirsbeek) III-4-4
lamlendig weer lauw weer:   lamlendig waer (Sittard) III-4-4