e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
krom-bürde bussel kort stro:   krom-bürde (Meijel) I-4
krombeen schenkel:   kro.mbin (Stokrooie), krombī.n (Godschei) III-2-3
krombek kantklauw:   kromp˱bɛk (Klimmen), klemhaak:   kromp˱bɛk (Klimmen  [(ook recht)]  ), paardenhorzel: zeer pijnlijke steken  kro.mbɛk (Eisden), peul, dop (znw): S. en C.V. id., W.N.T. krombek, 40.  krò.mbék (Zonhoven), tuinbonen:   krombek (Sevenum), krombēkke (Sint-Pieter), kroom bekke (Boekend), krômbèk (Herten (bij Roermond)) I-7, II-11, III-4-2
krombekerwten tuinbonen:   krómbèk erten (Lanaken) I-7
krombekken doperwten:   krumbeͅkə (Halen), = erwtensoort / geen snijboon  krombekke (Maastricht), kapucijner, velderwt:   krombɛkǝ (Houthalen), krōmpbɛkǝ (Neeritter), oude aardappelsoorten:   krombɛk (Maastricht), krumbɛkǝ (Hoepertingen), snijbonen:   krom bèk (Schimmert), krombek (Amby, ... ), krommbekkə (Maastricht), krômbek (Herten (bij Roermond), ... ), krömbekke (Pey), eigen spellingsysteem  krombek (Neer), ideosyncr.  krombek (Gronsveld, ... ), krombèk (Sittard), krómbek (Susteren), IPA, omgesp.  kroͅmbɛk* (Kwaadmechelen), krombek, soort zaaderwt  kroe.mbek (mv.) (Hasselt), krombekken zijn erwten (kelvedon - wonder v. Witham etc.) (kelredon? kelvedon? - moeilijk leesbaar)  krombek (Boekend), Nijmeegs (WBD)  krómbek (Meijel), oude spellingsysteem erwt  krombekke (Meijel), Veldens dialekt  kroombekke (Velden), WBD / WLD  krombek (Beesel), kròmbek (Reuver), WBD/WLD  krombek (Kapel-in-t-Zand), WBD/WLD ó even gesloten als oo wordt beschouwd als een erwt  krómbek (As), WLD  krombek (Born, ... ), krombekke (Kesseleik), krómbek (Swalmen), krómbèk (Montfort, ... ), krômbekke (Venlo) I-5, I-7
krombektang smeedtang:   krombɛktaŋ (Well) II-11
krombok staan bokstaan bij haasje-over:   krombok ston (Lommel) III-3-2
krombokspringen haasje-over:   krombok springen (Lommel), (ww.)  krombok springen (Lommel), /  krombok (Lommel), krombokspringen (Lommel), Ss. van krom + bok: krom(gebogen) zodat het lichaam een bok (schraag) vormt.  krombok spreŋən (Lommel) III-3-2
krombonen snijbonen:   krombwan (Geulle) I-7
krombos bussel geharkte aren:   krǫmbus (Blerick, ... ), bussel kort stro:   krombǫs (Leunen), krǫmbus (Baarlo, ... ), krǫmbuš (Helden, ... ), krǫmp˲bus (Tungelroy), (mv)  krombys (Blitterswijck, ... ) I-4