e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
krom duwen (zich) bukken:   kromp duən (Koersel), kroͅmp duwn (Koersel) III-1-2
krom gaan knikken:   kromp gǫan (Brunssum  [(Emma / Hendrik / Wilhelmina)]   [Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau II, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV]) II-5
krom gaan staan (zich) bukken:   krom goan staon (Gennep), krommen, ombuigen:   krômp gón stooën (Eksel) III-1-2
krom gebit bit:   krump ˲gǝbęt (Binderveld, ... ), hengstebit:   krump ˲gǝbē.t (Hasselt), wolfsgebit, gebroken gebit:   kro.mp ˲gǝbē.t (Kuringen), krǫmp ˲gǝbē.t (Eksel) I-10
krom haar gekruld haar:   krom haor (Panningen) III-1-1
krom haren kroeshaar:   krôm hoare (Hoensbroek) III-1-1
krom houden maaien:   krump hāgǝ (Bilzen) II-12
krom ijzer trekhaken, -ogen:   kromp ē̜zǝr (Paal) I-10
krom korst bovenkant van het brood:   krom kors (Reuver) II-1
krom kunnen (zich) bukken:   kroomp kunne (Hechtel) III-1-2