e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
kringelbeestje schrijvertje:   kringelbiësje (Maasbree) III-4-2
kringelekraan kraanvogel:   kriengelekroan (Sint-Truiden), kriŋəl(ə)krōͅn (Sint-Truiden), vdBerg; omgesp.  kriŋələ krōͅn (Sint-Truiden) III-4-1
kringelen kibbelen: vgl. Weertlds. Wb. (pag. 198): kringelen, kibbelen, ruzie maken.  kringele (Nederweert), krommen:   kringele (Klimmen), krungele (Schimmert), krommen, ombuigen: WNT: kringelen, Tal van kringen vormen, zich herhaaldelijk rondbuigen.  krungele (Klimmen, ... ), parelen:   kringelen (Born), kringələ (Jabeek) III-1-2, III-2-3, III-3-1, III-4-4
kringelig lichtgeraakt, kregel: ook materiaal znd 28, 49  kreŋelig (Neerpelt) III-1-4
kringeltjes deruit persen persen:   kreŋkǝlkǝs trǫwt pɛrsǝ (Bilzen) II-7
kringetje spelen knikkertermen: Sub II. huif, z. kring [z. fletse en fletshuif].  kringske speule (Maastricht), Z. fletse en fletshuif.  kringske speule (Maastricht) III-3-2
kringspier sluitspier van de aars:   kringspier (Maastricht) III-1-1
krinnekraan kraanvogel: Frings  krenəkroͅai̯n (Borgloon) III-4-1
krinsel gemalen, niet gezuiverd graan:   krinsǝl (Genk), haring: vol eitjes  krïnsël (Tongeren) II-1, III-2-3
krinselaar knorrepot:   krinsəleejr (Diepenbeek) III-1-4