e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
krakelingen krakeling:   krakelinge (Neeritter) III-2-3
kraken bliksemen:   ’t kraaktj (Kinrooi), breken, pletten:   krǭ.kǝ (Tongeren), donderen:   krake (Hoensbroek), krākə (Hasselt), donderslag:   kraken (Bunde), ət kraaktj (Kelpen), een wind laten:   krake (Klimmen), er heet aan toegaan:   ut kraaktj (Neer), geluid maken:   (de berg) krāt (Bleijerheide  [(Domaniale)]   [Emma, Hendrik, Wilhelmina]), (het dak) krāk (Stein  [(Maurits)]   [Domaniale]), (het dak) krāktj (Thorn  [(Maurits)]   [Maurits]), kraken (Eisden  [(Eisden)]   [Julia]), krāxǝ (Chevremont  [(Julia)]   [Maurits]), geluid maken, gezegd van de kammen:   krākǝ (Lummen), hard vriezen: als t hard vriest.  kraken (Bergen), indien zeer hard.  kraaken (Lutterade), kraken:   (men zegt) ǝt krakt (Kelmis), met de zweep slaan of geluid geven:   krā.kǝ (Berbroek, ... ), krākǝ (Herk-de-Stad), krǭ.kǝ (Berlingen, ... ), krǭkǝ (Aalst, ... ), niet in elkaar grijpen:   krǭ.kǝ (Kanne, ... ), noten afslaan:   kraken (Horpmaal), krouken (Horpmaal), vriezenx:   krākə (Spalbeek), krōͅkə (Romershoven), ’t kraak (Stevensweert), kraaken  krōͅkə (Hoeselt) III-1-3, I-10, II-3, II-4, II-5, III-1-1, III-1-4, III-2-3, III-4-4
kraken (ww.) krakende schoen:   mən šōn krākə (Maaseik), sjoon die krake (Schimmert)
krakende schoen krakende schoen:   krakendje sjoon (Neeroeteren, ... ), kraokende sjoon (Oost-Maarland), kroakende schoeən (Borgloon), niet betaald  krakendje sjōōn (Tungelroy) III-1-3
krakenschoen krakende schoen:   kraache sjong (Bleijerheide), kraage sjong (Bocholtz), kraakesjōōn (Mechelen), krakesjoon (Hoensbroek) III-1-3
krakepijp proppenschieter: /  kraakepiêp (Weert), [Met afbeelding]. Ook: kraakebuis/klapbuis.  kraakepiêp (Weert) III-3-2
kraker grote lijster:   kraaker (Panningen), klappertje: Afl. sub kraken.  kra.ker (Hasselt), krakeling:   kraaker (Berbroek), kraker (Eksel), Syst. Frings  krakər (Hamont), krakende schoen:   kraakers (Hoeselt), krākərs (Bree), restant vogels: kraakeend, jonge wilde eend; tgo blokeend: volwassen wilde eend  krōͅkər (Zonhoven), krakeend: donkere grijsbruine zwemeend met witte vleugelspiegel (kraker, krakeend, krek, schar, krak, kreest, krust)  kraker (Born, ... ), tafeleend (46 grijs; met bruine kop; zwarte borst; alleen op trek en s winters  kraaker (Altweert, ... ), sneeuwbes: paffers, de witte bessen van de symphoricarpus albus  kra.kers (Hasselt) III-1-3, III-2-3, III-3-2, III-4-1, III-4-3
krakerd dronkaard:   kraakert (Sittard), restant vogels: krakeend: donkere grijsbruine zwemeend met witte vleugelspiegel (kraker, krakeend, krek, schar, krak, kreest, krust)  krakerd (Heer, ... ) III-2-3, III-4-1
krakertje taling:   krakerke (Zonhoven), kroakerke (Zonhoven) III-4-1
kraketoet proppenschieter:   kraaketuut (Sittard), kraa‧ketuut (Stein), kraketuut (Ulestraten), /  Holentère kraketuute (Eijsden), Sub kraaktuut: ook kraaketuut. Zie onder: kinderspelen.  kraaketuut (Sittard), vgl. pag. 195: Klapbus, proppeschieter.  kraaketuut sjeite (Sittard) III-3-2