e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
korhoen fazant:   karhoen (Middelaar, ... ), koerhoon (Nunhem), kòrhoen (Venray), kòrhoon (Blerick, ... ), korhoen:   karhoen (Ottersum), koerhoon (Baexem, ... ), koerhón (Belfeld), korhoen (Gennep, ... ), korhoender (Venray), korhoon (Elen, ... ), korhoön (Gulpen), korhòòn (Brunssum), koͅrhon (Maaseik), koͅrhouən (Lommel), kòrhoen (Meijel, ... ), kòrhoon (Tegelen, ... ), kórhoo:n (Panningen), meervoud: korhoonder  korhoon (Blerick) III-4-1
korhoentje korhoen:   körheunke (Herten (bij Roermond)) III-4-1
koringetjes kralen van de rozenkrans:   keeringskes (Opglabbeek), kɛ̄reŋkəs (Opglabbeek) III-3-3
korkel graankorrel:   kurkǝl (Schinveld  [(dubbel diminutief)]  ) I-4
korkeltje zandkorrel, korreltje zand: (korreltje)  körgəlkə zant (Meijel) III-4-4
kormet mier: ook in ZND 08, 152a  koͅrmeͅt (Opglabbeek) III-4-2
korn-tje borrel:   køͅrntjə (Gennep, ... ) III-2-3
kornet (<fr.) dikke gebreide zwarte muts: Dit hoedje werd ook cornet genoemd.  <cornet> (Kortessem), gebreide wollen muts:   kərnĕt (Boekt/Heikant), ondermuts:   kernet (Neer), witte kanten muts waarop een sierkrans werd gedragen:   kərneͅt (Brustem, ... ), witte kanten muts zonder sierkrans:   koͅrneͅt (Borgloon), witte muts met een strik onder de kin:   karneͅt (Zichen-Zussen-Bolder), korneͅt (Val-Meer), koͅrneͅt (Borlo), kərnet (Zelem), kərneͅ(ə)t (Lummen), kərneͅ` (Velm), kərneͅt (Diepenbeek, ... ), Kernet.  kjərneͅt (Beverlo), witte muts met fijne plooien en een afhangend strookje:   kərneͅ` (Velm), kərneͅt (Halen, ... ), witte muts met linten:   koͅrneͅt (Achel), krəneͅt (Val-Meer, ... ), kərneͅ` (Velm), kərnət (Neeroeteren), Coronnette?  kRəneͅt (Tongeren), witte muts met sierkrans en afhangende linten:   kərneͅt (Halen), zwarte gevederde muts met kinbanden:   kernet (Nunhem, ... ), kernèt (Egchel, ... ), kornet (Oirlo), korneͅ (Opheers), kornêt (Ell), kornɛt (Paal), koͅrnet (Hasselt), koͅrneͅt (Borlo), kurnet (Tungelroy), kərnĕt (Boekt/Heikant), kərneͅ(ə)t (Lummen), kərneͅ` (Velm), kərneͅt (Brustem, ... ), kərnət (Neeroeteren), zwarte meisjesmuts met ingewerkte bloemen:   k`rnet (Tungelroy), kernèt (Kerensheide), kornet (Beringen), kərneͅ` (Velm), kərneͅt (Brustem, ... ), kərnɛt (Wellen), ən (zwatə) kərneͅt (Sint-Truiden), Meestal möts genoemd, zwarte damesmuts met linten. Als een tafeldienster in het wit en zwart moest dienen, moest zij een zwart kornetje dragen en zwarte schoenen. De zwaret muts werd de opvolgster van de póffer (wijde witten vrouwenmuts).  kernet (Weert), zwarte muts?:   kernet (Nunhem, ... ), kernèt (Kerensheide, ... ), kornet (Sint-Truiden), kornêt (Ell), koͅrnet (Tessenderlo), kurnet (Tungelroy), kərneͅ` (Velm), kərneͅt (Brustem, ... ), Kernet.  kərneͅt (Beverlo) III-1-3
kornetje (<fr.) dikke gebreide zwarte muts: Zie ook foto no. 7, tss. p. 142-3. - Cfr. ook par. 34: De Kleding, p. 444. Men spreekt ook wel van: kërlotje, këlotje, mëlotje en mërlotje. Volgens de auteur bestaat m.b.t. dit woord een zekere verwantschap aan het Fr. calotte. De muts bedekte het gehele hoofd, behalve neus, ogen en mond. Als versiering was boven aan de muts een zwarte strik aangebracht, terwijl een rijtje zwarte kraaltjes de versiering voltooide. Verder was onder aan de muts nog een zwarte strook gebreid die, als extra bescherming tegen koude, over de schouders hing.  körnetje (Herten (bij Roermond)), gebreide wollen muts:   kərneͅtəkə (Beringen), ondermuts: ?  kérnētje (Meijel), witte kanten muts zonder sierkrans:   kernetje (Meijel), kernètje (Meijel), witte muts met een strik onder de kin:   karneͅtjən (Lommel), karnètje (Jabeek), kernetje (Grathem, ... ), kernètje (Hoensbroek, ... ), kernètsche (Schimmert), korneͅkə (Opheers), kornétje (Sittard), koͅrneͅtšə (Vliermaal), koͅrntšə (Tessenderlo), kurnétje (Tungelroy), kərnetjə (Opheers), kərneͅitšə (Borgloon), kərneͅkə (Donk (bij Herk-de-Stad)), kərneͅtjə (Herk-de-Stad), kərneͅtšə (Eisden, ... ), kərneͅtəkə (Beringen), informant: bestond ook in `t zwart voor in de week  kernètje (Neeritter), witte muts met fijne plooien en een afhangend strookje:   korneͅkə (Zelem), korneͅtšə (Halen), kərneͅtəkə (Donk (bij Herk-de-Stad)), witte muts met linten:   kernetje (Meijel), zwarte muts?:   koͅrneͅtjə (Borlo) III-1-3, III-1-3
kornetje (<fr.) bet kant nevelslinnen mutsje met plooienrand en kinbanden:   korneͅkə bə kant (Opheers)