e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
konkelfoezelarij oneerlijk(heid):   kónkelfoezelarijj (Maastricht) III-1-4
konkelfoezen bedriegen:   konkelefloese (Sittard), konkelfoezen (Jeuk, ... ), konkəlfōēzə (Loksbergen), kontrefulzje (Hoeselt), kònkelfoeze (Caberg), kónkelefloeze (Sittard), kónkelfoeze (Maastricht), kónkelfŏĕze (As), kónkəlfōēzə (Venlo), heimelijk koffiedrinken: vgl. Maastricht Wb. (pag. 203): konkelfoezen, kónkel(e)foezen, konkelen.  koonkelefoeze (Maastricht), konkelen:   koe.nkelfouë.ze (Hasselt), kò.nkelfōē.zje (Zonhoven), kónkelvōē:ze (Roermond), Waat zitte diej dao te kònkelfoeze. Det gekònkelfoes mòt mer èns gedaon zeen  kònkelfoeze (Echt/Gebroek), zie ook het lemma "konkelfoezen"in WBD dl. III, 3.1 (woordverklaring wijkt inhoudelijk iets af)  konkelfoeken (Gulpen), konkelfoesen (Eigenbilzen), konkelfoeze (Weert), konkelfoezen (Meeuwen, ... ), kònkelfûze (Bree), kónkelfŏĕze (As), kônkelfoeze (Swalmen), konkelfoezen: Van Dale: konkel(e)foezen, 1. bedrieglijk, arglistig handelen; met draaierijen omgaan; (ook) zich met een ander verstaan om een derde te bedriegen en te benadelen; -2. in een kleine groep iets voor de rest van een gezelschap opzettelijk onverstaanbaar, maar wel waarneembaar bespreken, smoezen.  konkəlfōēzə (Loksbergen), konkelfoezen (wbd): Van Dale: konkel(e)foezen, 1. bedrieglijk, arglistig handelen; met draaierijen omgaan; (ook) zich met een ander verstaan om een derde te bedriegen en te benadelen; -2. in een kleine groep iets voor de rest van een gezelschap opzettelijk onverstaanbaar, maar wel waarneembaar bespreken, smoezen.  konkelefoeëze (Waubach), konkelfoeren (Eigenbilzen), konkelfoezen (Eksel), konkəlfŏĕzə (Loksbergen), kònkələfōēzə (Nieuwenhagen), kónkelfówze (As), kónkelfûze (Bree) III-1-4, III-3-1
konkels slinkse streken:   kònkels (Sevenum) III-1-4
konkelvers hielstuk van een schoen: [sic]  konkelvaers (Herten (bij Roermond)) III-1-3
konkerel drijftol:   koengkrel (Nieuwerkerken), koenkerel (Diepenbeek, ... ), konkeraul (Zutendaal), konkerel (Diepenbeek, ... ), konkerelle (Posterholt), konkerĕl (Posterholt), konkrel (Schulen), koͅnkreͅl (Berbroek), koͅnkəreͅl (Berbroek), koͅuŋkeͅrəl (Kuringen), koͅuŋkəreͅl (Herk-de-Stad), koͅŋkeͅrəl (Zutendaal), koͅŋkəreͅl (Schulen), koͅŋkərɛl (Genk), koͅəŋkərɛl (Schakkebroek, ... ), ku:ŋkərɛl (Diepenbeek), kuoͅŋkeͅrɛ̄l (Kozen), kuŋkreͅl (Diepenbeek), kuŋkəreͅl (Diepenbeek, ... ), kuŋkərɛl (Sint-Truiden), laatste e beklemtoond  koenkerel (Zepperen), met en [sm]ik  ene konkerel (Mechelen-aan-de-Maas), paddestoelvormig  koenkerel (Ulbeek), koŋkərɛl (Diepenbeek), priktol:   konkurrel (Groot-Gelmen), zelfgemaakte tol:   koengkrel (Nieuwerkerken), koenkerel (Zepperen), konkerel (Kozen, ... ), koͅŋkərɛl (Genk) III-3-2
konkerellen met een drijftol spelen:   koengkrellen (Nieuwerkerken), koenkerelle (Zepperen), koenkerellen (Ulbeek), konkerellen (Donk (bij Herk-de-Stad), ... ), konkrellen (Schulen), koŋkərɛlə (Diepenbeek), koͅŋkərɛlə (Genk), ku:ŋkərɛlən (Diepenbeek), kuŋkərɛlə (Sint-Truiden), Cfr. afbeelding sub koenkerel, konkerel.  koenkerell`n (Diepenbeek), ken het AN niet  koenkerellen (Diepenbeek), met een priktol spelen:   konkurellen (Groot-Gelmen), met een zelfgemaakte tol spelen:   koengkrellen (Nieuwerkerken), koenkerelle (Zepperen), konkerellen (Kozen, ... ), koͅŋkərɛlə (Genk) III-3-2
konkernel drijftol:   konkernel (Loksbergen, ... ), koonkernel (Heerlen), koͅŋkərneͅl (Gelieren/Bret, ... ), kuŋkərnɛl (Loksbergen), ku͂ŋkərnɛl (Halen), kónkernel (Genk), kônkernel (Beegden), /  konkernel (Genk), kónkernel (Genk), klemtoon op de laatste lettergreep  kōnkernel (Heel), zelfgemaakte tol:   konkernel (Paal) III-3-2
konkernellen met een drijftol spelen:   konkernellen (Paal), konkərnellə (Putbroek), kōnkernelle (Heel), /  konkernelle (Genk), met een priktol spelen:   konkərnellə (Putbroek), met een zelfgemaakte tol spelen:   konkernellen (Paal) III-3-2
konkernoel jeneverbes:   kònkernùle (Maasbracht) III-4-3
konkernoelje kornoelje (alg.):   cônkerboelje (Neeritter), koekernoelie (Eksel, ... ), koekernolie (Eksel), kokernoelie (Houthalen), kokkernoelie(ën) (Hechtel), konkerneuil (Rotem), konkernoelie (Neeroeteren, ... ), konkernoelies (Neerpelt), konkernoeljé (Ittervoort), konkernuilie (Opglabbeek), konkernulj (Puth), konkernūlie (Opoeteren), konkərnuljə (Lanaken), koonkernuulie (Niel-bij-As), kōnkərnūljə (Neerpelt), kŏnkermoelie (Heythuysen), koͅŋkərnūelī (Opglabbeek), kònkernoelie (Thorn), eigen fon. aanduidingen  kônkernoeliej (Ell), ook: ZND 28, vr. 32  kōͅnste-noelie (Kwaadmechelen), WBD/WLD = kornoelje  kómpərnŏĕlĭĕ (As, ... ), WBD/WLD ó even gesloten als oo  kómpernoelje (As), WLD  kőőnkernōēlie (Thorn) III-4-3