e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
knalbuis proppenschieter:   knalbuis (Weert) III-3-2
knalbuks proppenschieter:   knalbuks (Kerkrade, ... ) III-3-2
knalbus proppenschieter:   knalbus (Blitterswijck, ... ), knalbuus (Afferden), knalbös (Tegelen), knalbösj (Itteren), /  knalbûsj (Mechelen-aan-de-Maas), Ze mie.ke de knalbusse van flie.reho.lt.  knalbus (Gennep) III-3-2
knalhoedje ontsteker:   knalhøtšǝ (Kerkrade  [(Domaniale)]   [Domaniale]), slaghoedje van veiligheidslamp:   knalhøtšǝ (Kerkrade  [(Domaniale)]   [Winterslag, Waterschei]) II-5
knallen de bal in een welbepaalde richting schoppen: wel in bepaalde richting, cfr. koegelen  knallen (Elen), knappen:   knalle (Echt/Gebroek), knallə (Kapel-in-t-Zand), knallən (Urmond), met de zweep slaan of geluid geven:   knalǝ (Eupen), vriezenx:   knalle (Melick, ... ) I-10, III-3-2, III-4-4
knaller kletsoor:   knalǝr (Kiewit) I-10
knalpijp proppenschieter:   knalpīēp (Grubbenvorst), Sub fleer: vlierstruik. Ook hulentuul genoemd. Hout vuur knalpijpe, of vuur fluite.  knalpijp (Maaseik) III-3-2
knalpot aars: Schertsend.  knalpot (Lommel), bolhoed: spotnamen:   knalpot (Maasniel) III-1-1, III-1-3
knalschijf achterschijf:   knalšīf (Neer), lunsschijf:   knalšīf (Neer) II-11
knammel klein stukje vlees: gewoonlijk van mindere kwaliteit Verklw. knemmelke  knam’mel (Tegelen), rafel: B.v. aan diene jas.  knammel (Venlo) III-1-3, III-2-3