e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
grabjes grabben:   grɛpkǝs (Val-Meer) I-13
grabstekken grabben:   grapstɛkǝ (Berg), rongen:   grapstękǝ (Borgloon), grapstɛ.kǝ (Vliermaalroot), grapstɛkǝ (Beverst, ... ), (enkelv)  grapstęk (Wellen), krapstɛk (Munsterbilzen) I-13
grabstekker rongen:   grapstɛkǝr (Diepenbeek) I-13
grabstokje steunhout van het hoogsel:   grapstɛk (Godschei), krapstɛkskǝ (Munsterbilzen) II-12
grabstokken rongen:   grapstǫkǝn (Hoeselt) I-13
gracht dijk:   graa-ch (Wellen), graach (Groot-Gelmen), graaf (Mechelen-aan-de-Maas), graag (Alken, ... ), grach (Jeuk), gracht (Kwaadmechelen), grēͅch (Vroenhoven), dijk  grach (Hoepertingen), gracht  grach (Gingelom), hoge gracht  graach (Eigenbilzen), opgehoopte aarde  grɛ̄t (Val-Meer), uitgedolven gracht  grācht (Diepenbeek), uitgegraven  gracht (Paal), gegraven waterloop:   gra.xt (Lummen), grax (Amby, ... ), graxt (As, ... ), grāt (Eys, ... ), grāx (Beverst, ... ), grāxt (Genk, ... ), grāǝt (Spekholzerheide), grēt (Millen, ... ), grēx (Grote-Spouwen, ... ), grɛx (Bilzen), grɛ̄x (Kleine-Spouwen), jrāt (Bleijerheide, ... ), gracht:   graach (Lottum), graacht (Wellerlooi), graag (Waubach), graat (Bleijerheide, ... ), graaət (Bocholtz), grach (Bemelen, ... ), gracht (Blerick, ... ), grag (Blerick, ... ), gragd (Meijel), graof (Diepenbeek), gràch (Heerlen, ... ), gràcht (Gennep, ... ), gràg (Nieuwenhagen, ... ), grààch (Maastricht), grààgt (Sevenum), gráácht (Oirlo), grááGt (Spekholzerheide), jraat (Kerkrade), ⁄n grach (Klimmen), sloot = graaf  gracht (Leunen), grensstrook langs een akker:   gracht (Bommershoven, ... ), heg, haag:   gracht (Gruitrode, ... ), heuvel, kleine hoogte:   grèèch (Vlijtingen), kanaal:   grach (Venlo), kreek, stilstaand water:   gràcht (Loksbergen), lage, natte plekken in moeras:   grāx (Grote-Spouwen), pand van een weideperceel:   graxt (Paal), sloot, greppel: ps. invuller twijfelt over het antwoord!  də grā.t (Henri-Chapelle), straatgoot:   de gracht (Nieuwerkerken), gracht (Linkhout, ... ), grāəcht (Stevoort), gràcht (Loksbergen), n gracht (Heusden, ... ), ne gracht (Kuringen), nə grach (Hasselt), ps. omgespeld volgens Frings!  graxt (Houthalen), talud:   grāx (Vliermaal), grēx (Wolder / Oud-Vroenhoven / Wiler), gręx (Wolder / Oud-Vroenhoven / Wiler), vest:   grach (Gulpen), gracht (Ittervoort), grag (Doenrade, ... ), waterlossing:   graxt (Beringen), grøxt (Kermt), grāx (Vliermaalroot), (mv.)  grǫxtǝ (Linkhout), watervoor:   gráxt (Koersel, ... ) I-1, I-8, II-4, III-2-1, III-3-1, III-4-4
grachtgrond limburgse klei:   grāxgront (Riksingen) I-8
grachtje dijk:   grèfke (Mechelen-aan-de-Maas), gracht: vgl. Maastricht Wb. (pag. 124): gracht, 1. grach, grachte, grechsje of gressje gegraven kanaal.  gresjə (Maastricht), straatgoot:   grachteken (Paal) III-3-1
grachtjespringen slootjespringen:   grä:chske springen (Lommel) III-3-2
grachtkant grensstrook langs een akker:   gráxkant (Hasselt), talud:   grāxkānt (Beverst) I-8