e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
gleiwerk aardewerk:   gleiwerk (Brunssum) III-2-1
gletsen ijzelen:   ⁄t gletcht (Moelingen, ... ) III-4-4
gletsjer kaal (zijn), kaal hoofd:   gletscher (Bunde), gletsjer (Beegden, ... ), he hat inge gletsjer (Ubachsberg), hàe heet ne glétser (Kerensheide), Staat geleerd.  gletser (Echt/Gebroek) III-1-1
gletsjerd kaal (zijn), kaal hoofd:   gletsjert (Nederweert) III-1-1
gletter plakspaan:   glę ̞tǝr (Ulestraten  [(met afgeronde voorkant)]  ), glɛtšǝr (Schimmert), glɛtǝr (Beek, ... ) II-9
gleuf beitelgleuf:   glø̄f (Herten, ... ), binnennaaigroef:   gleuf (Zonhoven), binnennaaigroef [wld ii.10, p. 41]:   gleuf (Zonhoven), boezem:   gleuf (Maasbree, ... ), gleuf ? (Meijel), gläöf (Maaseik), buitennaaigroef:   gleuf (Zonhoven), buitennaaigroef [wld ii.10, p. 45-46]:   gleuf (Zonhoven), deuk in een hoed:   gleuf (Hoensbroek, ... ), glyɛf (Opheers), gløf (Tessenderlo), gleuf:   gliǝf (Bilzen), glø.f (Kanne, ... ), glø̄f (Tessenderlo, ... ), glø̜f (Kuringen), gleuf in de kegelvormige klos:   glø̜jf (Loksbergen), gulp van een broek:   gleuf (Tungelroy), ribbel:   gleuf (Heerlerbaan/Kaumer), rietgroef:   gleuf (Stramproy), sleuf:   glyǝf (Sevenum), vrouwelijk geslachtsdeel:   gleuf (Klimmen), zaagsnede:   gleuf (Tessenderlo) II-10, II-12, II-3, II-4, II-7, III-1-1, III-1-3, III-4-4
gleuf in de garenboom boomgleuf:   glø̄f en dǝn gārǝnbōm (Stramproy) II-7
gleuf trekken een gleuf aanbrengen in het deegbrood:   glø̜jf trɛkǝ (Melveren), een groef snijden:   gleuf trekken (Zonhoven) II-1, II-10
gleufhoed slappe vilten hoed:   gleufhood (Boekend, ... ), gløfhoud (Lummen), (kleufhoed) [sic]  kløfhut (Beverlo), NB p. 129 KLOOF kleuf.  kleufhoed (Beverlo) III-1-3
gleufmes groefmes:   gleufmes (Zonhoven) II-10