e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
gereed voor in te zaaien zaaiklaar:   gǝrēt ˲vør en tǝ ziǝ (Schinveld) I-2
gereed voor te slachten slachtklaar:   gɛrē̜jt vyr tǝ slaxtǝ (Rotem), slachtrijp:   gǝrē̜i̯t vyr tǝ slaxtǝ (Rotem) I-11, II-1
gereed voor te zaaien zaaiklaar:   gǝrē̜ ̝t ˲vør tǝ zīǝ (Cadier) I-2
gereed zetten de tafel dekken:   gəriət ˃zeͅtə (Tessenderlo) III-2-1
gereed zijn opletten:   geriejd zijn (Jeuk), uitgeteld zijn:   (de koe is) gǝriǝt (Halen, ... ), (de koe is) gǝrē̜i̯t (Maaseik), (de koe is) gǝręi̯t (Herten), (de koe is) ˲xǝtīt (Hasselt) I-11, III-1-4
gereedgemaakte grond zaaiklaar:   gǝrīt˲gǝmǫktǝ grǫnt (Sint-Truiden) I-2
gereedkomen klaarkomen:   gereid kome (Maastricht, ... ), gereid komme (Maasbree), gereid kómme (Klimmen), gereitkòòme (Posterholt), geréjdkōēme (As), gërèidkómë (Tongeren), gəreet⁄ kommə (Brunssum), gəreit kómmə (Kapel-in-t-Zand) III-1-4
gereedmaken de tafel dekken:   gereedmake (Eys), gereid maken (Stein), gereidmaakə (Klimmen), gereit máákə (Geleen, ... ), gereit mááəkə (Schinnen), gerèjd make (Gruitrode), gerèjd makə (Susteren), gərijt makə (Valkenburg), eggen vóór het zaaien:   [gereed]mā.kǝ (Rotem), [gereed]mǭ ̞kǝ (Sint-Truiden), [gereed]mǭ.kǝ (Boekhout, ... ), [gereed]mǭkǝ (Duras  [(houdt meer in dan vooreggen)]  , ... ) I-2, III-2-1
gereedploegen een weide scheuren:   gǝrēi̯ǝt[ploegen] (Lommel) I-1
gereedschap gereedschap:   gǝretsxap (Venray), gǝrētšap (Heerlen  [(Oranje-Nassau I-IV)]   [Maurits]), gǝręjtšap (Buchten  [(Maurits)]  , ... [Maurits]  [Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV]  [Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau II, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV]  [Maurits]  [Maurits]  [Maurits]), geslachtsdelen (alg.):   gereidsjap (Maastricht, ... ), mannelijk geslachtsorgaan: Dikke buik.  gereedschap (Vijlen), schildersgereedschap:   gǝręjtšap (Klimmen), smidsgereedschap:   gǝręjtšap (Bunde, ... ), gǝręjtšǫp (Rekem), gǝrītsxap (Peer, ... ), gǝrītsxęp (Hasselt), timmermansgereedschap:   gǝriǝtsxap (Niel-Bij-Sint-Truiden), gǝrētšap (Posterholt) II-11, II-12, II-4, II-5, II-9, III-1-1