e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
geniepige, een ~ (zn.) bedekt een onaangenaamheid zeggen:   genīēpige (Schimmert), gniepigge (Vlodrop) III-3-1
genies gehuil, geschrei:   geniees (Weert) III-1-4
genieten peuzelen:   genēte (Gruitrode, ... ), gənietə (Swalmen) III-2-3
genik plaats waar men het varken of rund steekt om het te doden:   gǝnīk (Mechelen) II-1
genik doorsteken het ruggemerg doorsnijden of -steken:   gǝnik dørštē̜kǝ (Eys), jǝnik dørxštēxǝ (Kerkrade) II-1
genk kolgans:   genk (Blerick), mannelijke gans:   gaenk (Castenray, ... ), genk (Venlo), gēnk (Blitterswijck, ... ), gēŋk (America), gē̜ŋk (Meterik), gɛŋk (Baarlo, ... ), gɛ̄ŋk (Blitterswijck, ... ) I-12, III-4-1
genker brik blauwe steen:   geŋkǝr brek (Houthalen  [(schist: as van de koolmijn)]  ) II-8
genkrijden gansrijden:   genk rieje (Sevenum), genkri-je (Meerlo), genkrieje (Blerick, ... ), genkrije (Oirlo), genkrijje (Meijel, ... ), gentreeje (Venray), geͅŋk rijə (Gennep), geͅŋkrijə (Venlo), Op carnavalsdinsdag werd een genk (mannetjesgans) aan de poten opgehangen. De nek van het dode dier werd met groene zeep ingesmeerd en ruiters moesten trachten om al rijdend de nek van het dier te trekken.  genkrieje (Baarlo), Oud volksvermaak bij bepaalde gelegenheden, b.v. met Vastenavond. Tussen twee palen werd op een bepaalde hoogte een dwarspaal vastgemaakt. Hieraan werd oorspronkelijk een levende gans aan de poten opgehangen. De hals van het dier werd met groene zeep ingesmeerd. De hoogte was zo genomen, dat een man, rijdend op een paard, er nog juist bij kon. Met een bepaalde vaart moest men er onder door rijden. Wie de kop van de gans afrukte, was winnaar en mocht het dier houden. Op de meeste plaatsen is dit vermaak al lang in onbruik en zelfs geheel verboden.  gaenk reeje (Venray), Tussen twee hoge palen aan een dwarspaal werd een levende gans opgehangen. De hals werd met groene zeep ingesmeerd. De hoogte was zodanig dat een man op een paard juist nog bij de kop kon. Men reed onder de gans door en probeerde er de kop af te trekken. Wie dit presteerde werd eigenaar van de genk of gans.  gēnkri-jje (Meerlo, ... ) III-3-2
genoeg bezadigd: ook materiaal znd 21, 18  eine dĕ genoch èt (Vucht), genoeg (s-Herenelderen), inne moaən di-je genoeg hət (Zepperen) III-1-4
genoeg gegangen klaar om gebakken te worden:   gǝnox gǝgaŋǝ (Heythuysen, ... ), gǝnox gǝgāŋǝ (Eys, ... ), jǝnox jǝjaŋǝ (Kerkrade) II-1