e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
gebrobbeld pokdalig:   gebroebbeld (Bilzen), gebróebbelt (Borgloon) III-1-2
gebrod vals spel:   zoe e gebród, ich spee.l nemie (Zolder), Is dat hier bijkans gedaan met dat gebrod?  gebrøt (Zonhoven), Pejoratiever dan et bródde.  gebrót (Zolder) III-3-2
gebroddel prutswerk:   gebradzjel (Caberg), gebroddel (Doenrade, ... ), gebròddel (Sint-Truiden), gəbróddəl (Amstenrade), wa ə gebroddel (Veldwezelt), slordig, slecht naaiwerk:   gǝbradžǝl (Eisden) II-7, III-1-4
gebrodeerd kapje witte muts met fijne plooien en een afhangend strookje: Van Dale (FN): broder, I. overdrijven (verfraaien, opsmukken II. 1) borduren, 2) verfraaien. (vgl. AN broderie (<Fr.), 1. fijn handborduurwerk)  gəbroͅdert kepkə (Vliermaal) III-1-3
gebroed broedsel:   gǝbrī (Bilzen) I-12
gebroed ei bebroed onbevrucht ei:   gǝbrø̄dj ęi̯ (Nunhem) I-12
gebroeders broederschap:   gebreursj (Berg-en-Terblijt), gebroeders; niet gebruiken:   gebruijesj (Sittard), cf. WNT s.v. "gebroeders en gebroederen  gebrūūërs (Zonhoven) III-2-2, III-3-3
gebroei soep: Eigen syst. Spottend  gebrüj (Heerlen) III-2-3
gebroek broekland, moeras: Opm. v.d. invuller: dit zegt men ook wel.  in ⁄t gebrōōk (Venlo), laaggelegen weidegrond:   gǝbrōk (Grevenbicht / Papenhoven), moeras: (mv)  gǝbrōks (Maasniel) I-8, III-4-4
gebroeks veenachtig, moerassig, laaggelegen land:   gǝbrōks (Maasniel) II-4