e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
de wind zit in het koud koude noordenwind, bijs: (de wind zit in het) koude gat.  de windj zit in ’t kaat gaat (Maasniel) III-4-4
de wind zit onder koude noordenwind, bijs:   de windj zitj ônger (Ell) III-4-4
de wind zit te dromen windstilte: #NAME?  t, zit te droeime (Meijel) III-4-4
de wind zit voor koude noordenwind, bijs:   de wink zit vĕùr (Sevenum) III-4-4
de winter krijgen ruw worden:   də ventər krēͅgə (Houthalen) III-1-2
de winterbelken wintervoor:   węntǝrbølǝkǝ (Hasselt  [(kleine panden van zes voren)]  ) I-1
de wintervoor aantrekken de wintervoor ploegen:   dǝ [wintervoor] ãtrękǝ (Ransdaal  [(dit werd gedaan met Sint Cornelius op zeventien november)]  ) I-1
de wissel oplegen inweven:   dǝr węjsǝl opleǝgǝ (Eupen) II-7
de wissen in de week zetten wissen weken:   dǝ wøšǝn en dǝ węjk˲ zętǝ (Uikhoven) II-12
de wissen krijgen katjes uitschieten:   dǝ wesǝ krigǝ kɛtjǝs (Stokkem) II-12