e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
bromhout snorrepijp:   bromhoot (Mheer) III-3-2
bromkernel bromtol:   brŏmkernèl (Keent), Slechts één en dezelfde naam.  bromkernel (Weert, ... ), Weert, Hushoven, Boshoven, Vrakker  brŏmkernel (Weert) III-3-2
brommachine snorrepijp: Zie: kénjersjpeelkes.  brómmesjien (Sittard) III-3-2
brommel braamstruik:   brómmel (Maastricht), oude vrouw: vrouw  broehmel (Genk), vlier: gecombineerd met ZND 8 055, idem  bromellen (Lanaken) III-2-2, III-4-3
brommelen drenzen:   brommələ (Haelen), kniezen:   hər əs altiet aont brommele (Hees), mompelen:   bromelen (Beringen), brommelen (Beringen), brommələ (Vlijtingen), WNT: brommelen, frequentatief van brommen (I), en voorkomende in de bet. I, A) [een dof, grof, dreunend of reutelend geluid maken] van dit woord.  brŏĕmələ (Loksbergen), mopperen:   brommələ (Vlijtingen), WNT: brommelen, frequentatief van brommen (I), en voorkomende in de bet. I, A) [een dof, grof, dreunend of reutelend geluid maken] van dit woord.  brŏĕmələ (Loksbergen), roezemoezen: WNT: brommelen, "brommelen, murmulen, oft spreken heymelick tsamen".  broeamele(n) (Schinveld), traag praten:   broomələ (Sweikhuizen) III-1-4, III-3-1
brommelwammes knorrepot:   brómmelwaames (Altweert, ... ) III-1-4
brommen brommen, zoemen van een insect:   broe me (Oirsbeek), broeme (Brunssum), broēmme (Blerick), brome (Well), bromme (Baarlo, ... ), brommele (Guttecoven), brommen (Dieteren, ... ), brommə (Swalmen), broomme (Sint-Odili?nberg), brŏĕme (Meterik), brŏĕmme (Schinveld), brŏĕmmen (Posterholt, ... ), brŏmme (Asenray/Maalbroek, ... ), brŏŏ-me (Vijlen), brŏŏme (Simpelveld, ... ), brŏŏmme (Afferden, ... ), brŭmme (Herten (bij Roermond), ... ), bròmme (Beegden, ... ), brómme (Heer, ... ), brômme (Mechelen, ... ), brômme(n) (Grathem), de uitspraak van de oo ligt tusschen de lange en korte ..... [rest onleesbaar]  broomme (Obbicht), heel kort  brŏŏme (Horst), korte oe  brommen (Berg-en-Terblijt), naar oe  bromme (Stevensweert), o bijna oo  bromme (Venlo), o dof  brommen (Helden/Everlo), o kort  (brommen) (Reuver), o = kort uitgespr oo  brōmmen (Sevenum), oe kort  broemme (Einighausen), oo kort  brŏŏmme (Klimmen), geluid van naderend onweer:   bromme (Klimmen), grommen:   brómme (Maastricht), ideosyncr.  bromme (Roermond), het geluid dat de duif maakt bij de duivin in een hoekje te jagen (baltsverschijnsel):   brómmə (As), brômme (Swalmen), kniezen:   broeme (Tongeren), broemmen (Tongeren), ei is aan t brommen (broemmen) (Maaseik), hei es altijd oin t broemme (Riksingen), hē es altied aan t bromen (Rekem), mokken:   broeme (s-Herenelderen), mompelen:   broamen (Kessenich), broeme (Hasselt), broemen (Rekem), broemme (Tongeren), bromme (Landen, ... ), brommen (Kessenich, ... ), bromən (Hamont, ... ), broəmən (Sint-Huibrechts-Lille), brŏeme (Welkenraedt), brómme (As), brômmen (Lommel), in zən eege bromme (Kanne), in beau  bromme (Ophoven), oo wat verkorten  broomen (Vliermaalroot), mopperen:   bro:mə (Opgrimbie), broemme (s-Herenelderen), broemmen (Elen), broemmë (Tongeren), broemmə (Maaseik), brome (Montzen), bromen (Zonhoven), bromme (Amby, ... ), brommen (As, ... ), brommə (Meeuwen), bromə (Beringen, ... ), brōmme (Neeroeteren), brŏĕmə (Loksbergen), brŏmə (Rekem), brŏŏmə (Kermt), broͅmə (Eupen), brumə (Borgloon, ... ), brumən (Tessenderlo), bròmen (Bree), brómme (Altweert, ... ), optissen:   brommen (Asenray / Maalbroek), roekoeën:   brômme (Swalmen), snauwen, grauwen:   brommen (Gulpen), bro͂mmə (Voerendaal), snorren:   bromm (Tungelroy), bromme (Mheer), brōmme (Nieuwstadt), bròmmə (Schimmert), brómmə (Meijel), brômme (Maasbree) II-6, III-1-4, III-2-1, III-3-1, III-3-2, III-4-2, III-4-4
brommer blauwe vleesvlieg, bromvlieg:   brommer (Heythuysen), broͅmərs (Kaulille), brompot:   brommer (Kanne), broomer (Kessenich), bromtol:   brommer (Meerssen, ... ), Ook wel als in het Nederl. bromtol.  brommer (Vaals), knorrepot:   broemer (Kuringen), brommer (Borgharen, ... ), ene brommer (Ellikom), ne brommer (Gorsem), wa ne broemer (Loksbergen), ənə brommər (Hees) III-1-4, III-3-1, III-3-2, III-4-2
brommerd bromtol:   brommert (Nuth/Aalbeek), knorrepot:   broemmerd (Einighausen), brom-merd (Blitterswijck), brommend (Blerick), brommert (Geleen) III-1-4, III-3-2
brommerig slechtgehumeurd (zijn):   brommerig (Kesseleik), bròmmerig (Bree) III-1-4