e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
stof afnemen afstoffen: ááfstoffe (Opglabbeek), stof vegen: stófvèəge (Opglabbeek), stófvéége (Opglabbeek) Stof afnemen (stoffen) [N 79 (1979)] III-2-1
stofdoek stoflommel: stòflòmmel (Opglabbeek) Een doek waarmee er stof kan weggenomen worden III-2-1
stoffen pantoffel slof: slufə (Opglabbeek) sloffen, stoffen pantoffels met slappe zool [N 24 (1964)] III-1-3
stok of twijg om een kind te straffen gors: znd 23, 60c;  gòrs (Opglabbeek), wis: znd 23, 60c;  wés (Opglabbeek) stok of twijg om iemand te straffen [ZND 23 (1937)] III-2-2
stokvis droge vis: drIēge vès (Opglabbeek), stokvis: stòkvès (Opglabbeek) bolling; Hoe noemt U: Gezouten en gedroogde vis (bolling) [N 80 (1980)] III-2-3
stola stola (lat.): stola (Opglabbeek, ... ) De stola, de stool. [N 96B (1989)] III-3-3
stolp kaasstolp: kiêsstölp (Opglabbeek, ... ), kiəssteͅləp (Opglabbeek), kīəsteͅlp (Opglabbeek) glazen klok waaronder kaas wordt bewaard || kaasstolp [N 20 (zj)] || stolp III-2-1
stolp over een heiligenbeeld stolp: stelep (Opglabbeek), stəlp (Opglabbeek) Een stolp of stulp, een klokvormig glas over een kruis- of heiligenbeeld. [N 96B (1989)] III-3-3
stolpen omdraaien op naad: omdraaien op naad (Opglabbeek) Het machinaal of met de hand aanstikken van belegsels, waarbij gekeerd wordt. [N 59, 60] II-7
stomdronken keizat: kejzaat (Opglabbeek), schupzat: sjöpzaat (Opglabbeek) straalbezopen III-2-3