| 33183 |
overslaande voor |
een voor overslaan:
ø̄vǝršlāndǝ vōr (L331 L331p
[Swalmen]
)
I-5
|
|
| 25494 |
overslag |
broodslot:
ø̄vǝršlāx (L292p Heythuysen),
draaibare sluitbalk aan de bovenzijde van een poortvleugel:
ōvǝrslax (Q018p Geulle),
grof gedorst stro:
ø̄.vǝrslāx (L424p Meeswijk, ...
Q013p Uikhoven),
ø̄.vǝrslē̜x (Q096c Neerharen),
ø̄.vǝrslǭ.x (Q165p Hopmaal),
horizontale sluitbalk van een poort:
ø̜vǝršlāx (Q018p Geulle),
klep:
ø̜vǝršlāx (Q253p Montzen),
klep [wld ii.10, p. 25]:
øvəršlāx (Q253p Montzen),
oversteek boven teruggebouwde schuurpoorten:
ø̜̄i̯vǝrslax (P218p Borlo, ...
P175p Gingelom),
overstekend dakgedeelte op de binnenplaats:
ø̜i̯vǝrslāx (P218p Borlo, ...
P175p Gingelom),
ploegsnede:
īǝvǝrslãx (L360p Bree),
reepje overschietend gras:
yvǝršlax (Q112b Ubachsberg),
øu̯vǝršlāx (Q033p Oirsbeek),
roksplit:
overslag (K315p Oostham),
roksplit [wld ii.7, p.87]:
overslag (K315p Oostham)
I-1, I-3, I-4, I-6, II-1, II-10, II-7, III-1-3
|
|
| 34490 |
overslagen |
een dag overslaan bij het leggen:
ōvǝrslǫgǝ (K314p Kwaadmechelen),
heilige dagen:
yǝvǝršlē̜x (Q111p Klimmen),
øvǝršlęǝx (Q121p Kerkrade
[(enkelvoud: øvǝr šlāx)]
)
I-12, II-9
|
|
| 33109 |
overslagen maken |
grof dorsen:
ø̄.vǝrslē̜x mā.kǝ (L426z Holtum, ...
L424p Meeswijk,
Q033p Oirsbeek,
L432p Susteren)
I-4
|
|
| 26398 |
overslagrad |
molenrad:
evǝrslāxrāt (L355p Peer)
II-3
|
|
| 22773 |
oversmijten |
uitmaken wie mag beginnen:
fə zylə tjos euuversmeete (Q156p Borgloon),
T.t.z. twee oudste van de spelers komen samen, t.t.z. de oudste uit elk spelkamp. Een van beide neemt een steentje in de hand; doet de vuist toe en houdt zijn gesloten vuist achter den rug van zijn maat; dan zegt hij: "drin of draot?"Als nu zijn maat mis raadt, mag hij met zijn kampgenooten beginnen. Dit heet "euver smeejte".
fe zulle tjos euver smeejte (Q156p Borgloon)
III-3-2
|
|
| 25421 |
oversnijden |
pezen blootleggen:
ø̜jvǝrsnɛ (P108p Grazen),
poten verwijderen:
ēvǝrsnęjǝ (P057p Kuringen)
II-1
|
|
| 18299 |
oversok |
slobkous:
øͅvərzoͅk (L371p Ophoven)
III-1-3
|
|
| 17908 |
oversoppen |
dompelen:
oversoppen (L366p Gruitrode)
III-1-2
|
|
| 22552 |
overspanning |
boog:
ēvǝrspaneŋ (L364p Meeuwen),
dagwijdte:
ø̄vǝrspaneŋ (L321p Neeritter),
ø̄vǝršpaneŋ (L330p Herten),
ø̜̄vǝršpaneŋ (L432p Susteren),
ōvǝršpaneŋ (L291p Helden, ...
L290p Panningen),
ǫvǝrspaneŋ (L265p Meijel),
schenkel, formeel:
īvǝrspaniŋ (L364p Meeuwen)
II-9
|
|