e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
juist erachter te laat komen om nog prijzen te winnen:   just trater (Jesseren) III-3-2
juist gemeten eerder te weinig dan te veel gemeten:   das jus geméten (Bilzen), das mer djust gemiəte (Nieuwerkerken), dat is maar juist gemeten (Nieuwerkerken) III-3-1
juist genoeg gerezen klaar om gebakken te worden:   šøs gǝnox gǝrēzǝn (Wolder / Oud-Vroenhoven / Wiler) II-1
juist gewagen eerder te weinig dan te veel gemeten: vgl. Lommel Wl. (pag. 391): wagen [wagen, wuch, gewagen/gewogen], wegen.  dat is sjûst gewagen (Lommel) III-3-1
juist gewijde priester neomist:   enne jus geweijde preester (Stokkem), ne jus gewijde priester (Eigenbilzen), sjust gewèède priester (Sint-Truiden) III-3-3
juist gewogen eerder te weinig dan te veel gemeten:   das mer djust gewoage (Nieuwerkerken), dat is maar juist gewogen (Nieuwerkerken) III-3-1
juist goed op de juiste temperatuur:   jøst gōt (Neeritter), žøst gōt (Maaseik) II-1
juist het dak op gaan pas kunnen vliegen:   a jonk wo jus het dook op geet (Rijkhoven) III-3-2
juist kammen in elkaar grijpen:   žyst kamǝ (Maaseik) II-3
juist liggen goed liggen:   juist liggen (Wellen) I-11