e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
hemelwacht begeleider van het baldakijn:   de hiemelwaag (Eigenbilzen, ... ), eimelwach (Stokkem), heemelwach (Geleen), heemelwacht (Thorn), hemelwach (Klimmen, ... ), hemelwacht (Beesel, ... ), hiemelwach (Eys), Himmel-wach (Epen), himmelwa(a)ch (Waubach) III-3-3
hemelwachters begeleider van het baldakijn:   hemelwechters (Lutterade) III-3-3
hemelwater regenwater:   hiémelwäoter (Gronsveld), ⁄t hieëmelwater (Heerlen), ⁄t reëgewater (Heerlen), ⁄t reënwater (Heerlen) III-4-4
hemelzaad zwarte bladluis:   haemelzaod (Sevenum) III-4-2
hemme rem van de wagen:   hɛm (Eupen) I-13
hemmen hebben:   h(tm)mə (Koersel), hemə (Helchteren, ... ), heͅmə (Beverlo), heͅmən (Houthalen, ... ) III-3-1
hemp grof gebouwde vrouw:   ein haemp (Thorn) III-1-1
hemsen kuchen:   hemsche (Heerlen) III-1-2
hen duivin, vrouwelijke duif:   hen (Zonhoven), hen(neke) (Godschei), hin (Alken, ... ), jonge kip:   hen (Gelieren Bret, ... ), hɛn (Venray), kuiken:   hen (Diepenbeek, ... ), hęn (Alken, ... ), hɛn (Hamont), ongepaarde vrouwelijke duif:   tin (Houthalen), restant vogels:   hen (Zonhoven, ... ), roep- en lokwoord voor de kip:   hen (Maastricht, ... ), hęn (Bree), hɛn (Maasbree, ... ), soephen:   hin (Hasselt), soepkip: Dus geen aparte naam!  h‧in (Montfort), vrouwelijk kuiken:   hen (Gelieren Bret, ... ), hęn (Sevenum), hɛn (Blerick), vrouwelijke duif:   hen (Alken, ... ), he̝n (Berlingen), hin (Hasselt, ... ), h}in (Houthalen), Algemene opmerking bij deze vragenlijst: invuller heeft hierbij twee bijlagevellen bijgevoegd, t.w.  ’n hin (Bilzen), vrouwelijke eend:   hen (Achel, ... ), hin (Bommershoven, ... ), vrouwelijke gans:   e.n (Sint-Truiden), en (Boorsem, ... ), he.n (Brustem), hen (Achel, ... ), hin (Bommershoven, ... ), ē̜n (Lanaken), ęn (Melveren), vrouwelijke kip:   en (Bilzen, ... ), hen (Aalbeek, ... ), hin (Aalst, ... ), hēn (Arcen, ... ), hē̜n (Hees, ... ), hęi̯n (Oirlo, ... ), hęn (Alken, ... ), hī.n (Borgloon), hīn (Tongeren), hɛn (Afferden, ... ), in (Sint-Truiden), ęn (Sint-Truiden), ɛn (Hasselt, ... ) I-12, III-2-3, III-3-2, III-4-1
hen die broedt broedhen:   hin dę bryt (Rijkhoven) I-12