e-WLD trefwoorden 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 140309
TrefwoordBegrip: dialectopgave (plaats)Toelichting
grover / fijner zetten de ploeg verstellen:   grǭvǝr / fīnǝr zętǝ (Haelen) I-1
grover stellen de schaaf grover afstellen:   grǭvǝr štęlǝ (Tegelen) II-12
grover zetten de schaaf grover afstellen:   gruǝvǝr zętǝ (Bilzen), grōvǝr zętǝ (Mechelen), grūǝvǝr zętǝ (Heel), grǭvǝr zetǝ (Posterholt, ... ), grǭvǝr zętǝ (Reuver), jrōvǝr zɛtsǝ (Bleijerheide), graan vermeerderen:   grǭ.vǝr zętǝ (As, ... ) II-12, II-3
grovin anjer, anjelier (dianthus caryophyllus l.):   grovinnë (Hoeselt), grôvvïn (Tongeren), -  krəfi:n (Schalkhoven) III-2-1
grovinnetje anjer, anjelier (dianthus caryophyllus l.): -  grovenəkəs (Riksingen) III-2-1
grozelen glimlachen:   greuzele (Horst, ... ), grunzelle (Venray), grèùzele (Sevenum), grinniken:   greusələ (Reuver), greuzele (Maasbree, ... ), grunzelle (Venray), koffiedik:   groozele (Amby, ... ), grotsele (Cadier), grozele (Geleen, ... ), verzamelfiche, ook mat. van ZND 1a-m  grozele (Bunde), plezier hebben in het geluk van iemand anders:   greuzele (Venlo), treuzelen:   grèùzele (Noorbeek, ... ), zijn tevredenheid betuigen:   greuzele (Venlo) III-1-4, III-2-3
grozelewaten opgewarmde koffie:   grozelewaten (Ulestraten) III-2-3
grozen grommen:   gro-ze (Wellen), grooze (Bilzen), grouzə (Maastricht), grozen (Zonhoven), grōōzen (Houthalen), grōzn (Zonhoven, ... ), gərōͅzə (Niel-bij-St.-Truiden), \'lange oo\'  gronze (Jeuk), IPA  grōzə (Kwaadmechelen), WBD/WLD  graŭze (Caberg), groize (Caberg), gruize (As), kniezen:   grōē-o-zen (Ulbeek), grŏi-zĕ (Vroenhoven), hejə əs aan t grooze (Hoepertingen), hīj is alted ont grōzeͅ (Kuttekoven), knorren:   grou̯i̯zǝ (Hees), grou̯zǝ (Kanne, ... ), grõzǝ (Hopmaal), grōzǝ (Boekt Heikant, ... ), grǭzǝ (Kerniel, ... ), kwaken:   grōzǝ (Alken), mopperen:   graze (Swalmen), grooze (Beverlo), grooëze (Wellen), groûze (Gronsveld), grōͅzə (Aalst-bij-St.-Truiden), grəwze (As), snauwen, grauwen:   grauze (Gronsveld), spinnen:   groͅuzə (Herderen), kwaad  grōzə (Nieuwerkerken), vlaggen:   growzǝ (Geulle), grusǝ (Eigenbilzen), grǫsǝ (Borgharen, ... ), grǫwzǝ (Klimmen) I-12, II-6, II-9, III-1-4, III-2-1
grozer knorrepot:   grauzer (Koninksem), groaser (Stevoort), grōwzər (s-Herenelderen), wat enne grouzer (Lanaken) III-1-4
grozig slechtgehumeurd (zijn):   graozig (Caberg), grauzig (Caberg, ... ) III-1-4