| 22408 |
sjoelbak |
sjoelbak:
sjoelbak (L331p Swalmen)
|
Sjoelbak.
III-3-2
|
| 22477 |
sjoelen |
sjoelbakken:
sjoelbakke (L331p Swalmen),
sjoelen:
sjoele (L331p Swalmen),
sjoelle (L331p Swalmen)
|
Het spel waarbij gebruik gemaakt wordt van een lange bak, aan het ene eind open en met aan het andere eind vakjes waarin schijven schuivend geworpen moeten worden [sjoelbakken, sjoelen, bakken]. [N 88 (1982)] || Sjoelen, sjoelbakken.
III-3-2
|
| 33550 |
sla, algemeen |
salade:
sjlaaj (L331p Swalmen)
|
I-7
|
| 17870 |
slaan |
slaan:
bunt ɛn blau gəslāgə (L331p Swalmen),
sjloan dich omm dien oore (L331p Swalmen),
šloanə (L331p Swalmen)
|
bont en blauw geslagen [RND] || ik sla je (met de potlepel) om je oren [DC 03 (1934)] || slaan [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 33028 |
slaan met de zicht |
strijken:
štrikǝ (L331p Swalmen),
zwaaien:
žwɛi̯ǝ (L331p Swalmen)
|
De slaande beweging maken met de zicht. Zeer vaak werd voor deze vraag dezelfde opgave gegeven als voor de algemene vraag "maaien met de zicht". Hier zijn alleen de opgaven opgenomen die niet identiek zijn met de vragen "inkappen" of algemeen "maaien met de zicht". Zie ook de toelichting bij het vorige lemma ''maaien met de zicht'' (4.2.1). [N 15, 16f; monogr.]
I-4
|
| 17744 |
slaap |
slaap:
sjlaop (L331p Swalmen),
sjlâop (L331p Swalmen)
|
Slaap: de behoefte aan volkomen rust van de zintuigen en het bewust zijn (slaap, vaak). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 24818 |
slaapbol |
klaproos:
klaproos (L331p Swalmen)
|
Papaver somniferum L. [DC 48 (1973)]
III-4-3
|
| 18596 |
slaapmuts |
slaapmuts:
sjlaopmöts (L331p Swalmen)
|
slaapmuts [pietermöts [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 20303 |
slabbetje, spuugdoekje |
puntdoekje:
puntjdeukse (L331p Swalmen),
zeverlapje:
zeiverlepke (L331p Swalmen)
|
doek, witte ~ die men het kind als een schortje voor de borst speldt [speet, spit] [N 25 (1964)] || slabje, morsdoekje voor kinderen [slabbertje, slabberlepke, zeiverlepke, slepke, bavet(sje) [N 25 (1964)]
III-2-2
|
| 25342 |
slachten |
slachten:
šlaxtǝ (L331p Swalmen)
|
Doden van vee met de bedoeling het als voedsel te gebruiken. Wat het woordtype "dooddoen" betreft, merken verschillende informanten (in K 353, P 50, P 177, P 179, P 180, P 185) op, dat het verouderd is. [JG 1a + 1b + 2c: R 14, 231 add.; S 33; monogr.]
II-1
|