| 30015 |
stijve mortel |
te droog:
tǝ drīx (L416p Opglabbeek)
|
Metselmortel waar weinig water in is verwerkt. Zie voor de fonetische documentatie van het woord '(spijs)' het lemma 'Mortel'. [N 30, 43a; monogr.]
II-9
|
| 18014 |
stikken |
stikken:
stekǝ (L416p Opglabbeek),
stikken (L416p Opglabbeek),
stikə (L416p Opglabbeek)
|
Naaien met de stiksteek. Zie ook het lemma ɛstiksteekɛ.' [N 62, 9; L 31, 46; Gi 1.IV, 16; MW] || Stikken, sterven door ademgebrek (stikken). [N 84 (1981)] || Stikken: sterven door ademgebrek (stikken, verstikken) [N 106 (2001)]
II-7, III-1-2
|
| 28975 |
stiksteek |
naaisteek:
naaisteek (L416p Opglabbeek)
|
Fijne, rechte steek. De stiksteek verbindt twee delen aan elkaar. Hij is een achtersteek, die van boven één steeklengte terug en van onderen steeds twee steeklengtes voorwaarts wordt gestoken. De steken volgen elkaar met onzichtbare tussenruimtes op. Zie afb. 32. [N 59, 54; N 62, 9; N 62, 16a; L 31, 46]
II-7
|
| 25212 |
stille regen |
van die natte:
van déé naaje (L416p Opglabbeek)
|
stille regen (vooral met sneeuw) [slek] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 34018 |
stilstaan |
hou:
hǭu̯ (L416p Opglabbeek),
hou-ju:
hǭu̯ jȳi̯ (L416p Opglabbeek),
hu(j):
hȳ (L416p Opglabbeek)
|
Voermansroep om het paard te doen stilstaan. [JG 1b; N 8, 95e en 96; L B 2, 257; L 36, 81e; monogr.]
I-10
|
| 17738 |
stinken |
stinken:
stinken (L416p Opglabbeek),
stinkə (L416p Opglabbeek)
|
stinken [ZND A1 (1940sq)] || Stinken: een vieze reuk van zich geven (stinken, rieken, ruiken , muffen) [N 108 (2001)]
III-1-1
|
| 24565 |
stinkende gouwe |
wrattenkruid:
vrattekruid (L416p Opglabbeek)
|
schelkruid [ZND 06 (1924)]
III-4-3
|
| 19708 |
stoel |
stoel:
stōl (L416p Opglabbeek),
Eme(s) van zi-jne stool kalle: zeer wel bespraakt zijn Eets neet onder steel of benk stèke: het niet verbergen
stool (L416p Opglabbeek),
meervoud steel
stool (L416p Opglabbeek)
|
stoel [ZND 07 (1924)]
III-2-1
|
| 19831 |
stoelpoot |
stumpel:
het woord is verwant aan stiepel (meubelpoot)
stimpel (L416p Opglabbeek)
|
de poot van een stoel
III-2-1
|
| 18775 |
stof |
stof:
stoͅf (L416p Opglabbeek),
stuf (L416p Opglabbeek)
|
Benamingen voor stof in het algemeen. [N 62, 71a; MW] || stof [ZND 07 (1924)]
II-7, III-2-1
|