e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
staal staal: staol (Opglabbeek) Staal (monster). [ZND 07 (1924)] III-3-1
staal, monster staal: stǭl (Opglabbeek) Een lapje stof om daarnaar de hoedanigheid, kleur, enz. van het gehele stuk te beoordelen. [N 62, 71c; MW] II-7
staan staan: stuun (Opglabbeek), stuën (Opglabbeek) staan [ZND 46 (1946)] III-1-2
staander staander: staander (Opglabbeek) Het rechtopstaande deel van een omvallende kraag. [N 59, 123a] II-7
staart bis: bes (Opglabbeek), staart: start (Opglabbeek, ... ), staartje: stēͅrtjə (Opglabbeek), stɛrtjǝ (Opglabbeek) [A 2, 37; L 29, 27; S 35; monogr.] [N 77, 89; monogr.]staart [ZND 07 (1924)] || staartje [ZND 38 (1942)] || Zie afbeelding 2. [JG 1a, 1b, 2c; monogr.] || Zie afbeelding 2.37. [JG 1a, 1b; RND 60] I-11, I-12, I-9, III-4-2
staartkwast kwispel: kwespǝl (Opglabbeek) Kwastig uiteinde van de staart. [N 3A, 114] I-11
staartmees piepertje: pipərkə (Opglabbeek) staartmees (14 klein bolletje met heel lang staartje; maakt bolnest van veertjes en mos [N 09 (1961)] III-4-1
staartriem staartleer: startlē̜r (Opglabbeek) Riem die onder de staart van het paard doorloopt en aan het haam of aan het borsttuig is vastgemaakt als het paard geen zadel draagt. Dit onderdeel van het paardetuig was al aan het verdwijnen in de laatste fase van het met kar en paard rijden. Het belet dat het haam naar voren schuift als het paard het hoofd buigt. [JG 1b, 1c, 2b, 2c; monogr.] I-10
stabat mater stabat mater (lat.): stabat mater (Opglabbeek) Het kruisweggezang "Stabat Mater Dolorosa". [N 96B (1989)] III-3-3
stad stad: stat (Opglabbeek) stad [RND] III-3-1