| 21526 |
staal |
staal:
staol (L416p Opglabbeek)
|
Staal (monster). [ZND 07 (1924)]
III-3-1
|
| 28835 |
staal, monster |
staal:
stǭl (L416p Opglabbeek)
|
Een lapje stof om daarnaar de hoedanigheid, kleur, enz. van het gehele stuk te beoordelen. [N 62, 71c; MW]
II-7
|
| 17819 |
staan |
staan:
stuun (L416p Opglabbeek),
stuën (L416p Opglabbeek)
|
staan [ZND 46 (1946)]
III-1-2
|
| 26166 |
staander |
staander:
staander (L416p Opglabbeek)
|
Het rechtopstaande deel van een omvallende kraag. [N 59, 123a]
II-7
|
| 20125 |
staart |
bis:
bes (L416p Opglabbeek),
staart:
start (L416p Opglabbeek, ...
L416p Opglabbeek,
L416p Opglabbeek),
staartje:
stēͅrtjə (L416p Opglabbeek),
stɛrtjǝ (L416p Opglabbeek)
|
[A 2, 37; L 29, 27; S 35; monogr.] [N 77, 89; monogr.]staart [ZND 07 (1924)] || staartje [ZND 38 (1942)] || Zie afbeelding 2. [JG 1a, 1b, 2c; monogr.] || Zie afbeelding 2.37. [JG 1a, 1b; RND 60]
I-11, I-12, I-9, III-4-2
|
| 34087 |
staartkwast |
kwispel:
kwespǝl (L416p Opglabbeek)
|
Kwastig uiteinde van de staart. [N 3A, 114]
I-11
|
| 24250 |
staartmees |
piepertje:
pipərkə (L416p Opglabbeek)
|
staartmees (14 klein bolletje met heel lang staartje; maakt bolnest van veertjes en mos [N 09 (1961)]
III-4-1
|
| 33976 |
staartriem |
staartleer:
startlē̜r (L416p Opglabbeek)
|
Riem die onder de staart van het paard doorloopt en aan het haam of aan het borsttuig is vastgemaakt als het paard geen zadel draagt. Dit onderdeel van het paardetuig was al aan het verdwijnen in de laatste fase van het met kar en paard rijden. Het belet dat het haam naar voren schuift als het paard het hoofd buigt. [JG 1b, 1c, 2b, 2c; monogr.]
I-10
|
| 23690 |
stabat mater |
stabat mater (lat.):
stabat mater (L416p Opglabbeek)
|
Het kruisweggezang "Stabat Mater Dolorosa". [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 21272 |
stad |
stad:
stat (L416p Opglabbeek)
|
stad [RND]
III-3-1
|