e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
spekhaak vleeshaak: vlējshǭk (Opglabbeek) De S-vormige haak waaraan vlees, spek enz. na het lossnijden uit het lijf worden opgehangen. [N 28, 112; monogr.] II-1
spekpannenkoek spekkoek: spɛkkōk (Opglabbeek), spekkoek  spɛkkōk (Opglabbeek) pannenkoek [ZND 40 (1942)] || Spekpannekoek (spekbraoj?) [N 16 (1962)] III-2-3
spekraat honingschol: honingschol (Opglabbeek) Nieuwe raat waarin veel honing zit. De normale afstand tussen de raten is 35-40 mm hart op hart. De bijen kunnen de bovenste cellenreeksen zo ver uittrekken dat de raten elkaar bijna en op enige punten zelfs geheel raken. Deze cellen zijn doorgaans ongeschikt om erin te broeden maar voor het opbergen van honing zijn ze ideaal. Volgens de informant van L 215a is deze honing wel moeilijk te slingeren. [N 63, 13g] II-6
spel (alg.) spel: e spael (Opglabbeek) spel [GTRP (1980-1995)] III-3-2
speld spang: spaŋ (Opglabbeek) Puntig, van een kop voorzien metalen stiftje om iets in weefsel vast te steken of te bevestigen op of aan iets anders. [N 62, 50a; L 7, 20; L 14, 24; L B1, 73; R 14, 8a; MW; Wi 7; S 34; monogr.] II-7
spelden vastspangen: vastspaŋǝ (Opglabbeek) Met spelden stukken kleding of panden aan elkaar vastspelden. [N 59, 74; L 7, 20; S 34] II-7
speldenkussen kussentje: køskǝ (Opglabbeek), køsǝkǝ (Opglabbeek), naaldenkussen: naaldenkussen (Opglabbeek), spangenkussentje: spaŋǝkęskǝ (Opglabbeek), spɛŋǝkɛskǝ (Opglabbeek), speldenkussen: spɛlǝkøsǝ (Opglabbeek) Kussentje waarop men de spelden en naalden steekt. De informant van Q 198 merkt op dat hij de naalden op zijn vest (kamizool) of op een stukje stof aan de muur speldde. Zie afb. 11. [N 59, 13a; N 62 68; L 45, 19; Gi 1.IV, 64; MW; monogr] II-7
spelen (alg.) spelen: ech spēͅl, hēͅ spēͅlt, vēͅ spī[e}lən (Opglabbeek), spiihele (Opglabbeek) Ik speel, hij speelt, wij spelen. [ZND 07 (1924)] || spelen [GTRP (1980-1995)] III-3-2
speling in de asbus speel: spī.ǝl (Opglabbeek) Door slijtage kan de normale speling tussen as en naafbus te groot worden, waardoor het wiel gaat waggelen. Zie ook het vorige lemma. [JG, 1a] II-12
spenen (het is) gespeend: gǝspīǝ.nt (Opglabbeek) Het veulen het zuigen ontwennen. [JG 1a, 1b; N 8, 59] I-9